Lefkás of Lefkáda, is een van de Ionische eilanden, Ionisch genoemd naar Io, de geliefde van Zeus. Het bijvoegelijk naamwoord lefkós betekent wit. De witte rotsen in het uiterste zuiden hebben het eiland zijn naam gegeven en zij hebben voor veel romantische verhalen gezorgd. Die witte, steile rotsen werden in de oudheid door de schippers gevreesd. Daar werd hun vermetele moed vaak door de goden afgestraft en sloegen hun kwetsbare bootjes op de rotsen te pletter. En wat doe je als je angst hebt? Dan breng je de goden een offer of belooft ze er een.
In oeroude tijden waarin mensenoffers nog veel voor kwamen zullen hier waarschijnlijk ook mensenoffers zijn gebracht. Dit zou ook het gebruik in historische tijden verklaren, dat men misdadigers dwong hier van de rotsen te springen. De goden moesten dan maar beslissen: overleefde hij het, dan behield de persoon in kwestie zijn leven, zo niet dan hadden de goden een offer... Omdat men het wilde overlaten aan de goden gaf men ze ook extra kans om te overleven: men bond ze veren op het lijf en levende vogels en, wellicht wat effectiever, er lagen daarbeneden scheepjes klaar om eventueel overlevenden op te vissen.
Apollo, onder andere beschermgod van de zeevaarders, kreeg boven op de witte rots een tempel en verving geleidelijk aan alle goden uit de oertijd en jaarlijks werden daar druk bezochte feestelijke spelen ter zijner ere georganiseerd. Maar diezelfde Apollo was ook een god die lichaam en geest kon genezen. En ja hoor, zo komt men toch weer uit bij die oeroude gedragingen: mensen die gepijnigd werden door de kwaal der hartstochtelijke liefde, waagden hier een sprong van de rotsen. Overleefden ze die, dan waren zij wel voorgoed genezen!
Wie anders dan Afrodite heeft als eerste gesprongen?! Die keer had zij liefdesverdriet om de schone Adonis, haar door de dood ontnomen. En welke vrouw heeft het haar natuurlijk nagedaan en het niet overleefd? De grote minnares uit Lesbos, Sáppho; uitgerekend toen zij verliefd was op een jongeman, Phaon geheten! Dat springen was algemeen bekend in de oudheid, maar Sáppho is hier nooit geweest al zorgde deze legende ervoor dat de witte kaap onder anderen ook 'Kaap van de Vrouwe' heet. Er bestaan hier nog meer legenden, maar voorlopig moet dit genoeg zijn.
Het eiland was ooit middels een landengte met het vasteland verbonden. De Korinthiërs, of een volk vóór hen doorstaken deze om, in plaats van langs de witte rots, veilig langs de kust te kunnen varen. Over het zo ontstane kanaal bouwde men in Romeinse tijden al een brug. En verder volgt de geschiedenis hier zijn, in Griekenland normale loop: na de Korinthiërs en de Romeinen zijn de Venetianen aan de beurt om het eiland te veroveren, dan de Turken, dan de Fransen, de Russen, de Britten. Voor geen van deze bezetters was Lefkás interessant genoeg om het tot economische bloei te brengen en anders zorgde drukke piraterij rond het eiland wel dat die er niet kwam.
Nochtans...de Britten bouwden waterleidingen, wegen en bruggen. De bezetting tenslotte in W.O. II door de Italianen staat te boek als de meest tragische en meest traumatische. U begrijpt het: de bevolking is afgezien van de grootgrondbezitters steeds arm gebleven en in een positie van onderworpenheid geweest.
In moderner tijden, toen ook nog eens door ziekte van de wijnstok de wijnbouw ten gronde ging, zijn velen geëmigreerd naar Canada en de Verenigde Staten. Pas sinds 1960 gaat het Lefkás wat beter en nog eens tien jaar later wordt het ontdekt door rijke Grieken en buitenlandse toeristen. Jammer genoeg trekken dan veel bewoners van het binnenland naar de kust om daar een nerinkje te beginnen in de oude en nieuwe badplaatsjes, vol leven en lawaai in de zomer.
Eeuwenlang afgesloten van de rest van Griekenland heeft Lefkás veel oude tradities bewaard, waaronder het eeuwenoude handwerk der vrouwen, borduurwerk en handgemaakte weefsels die te bewonderen zijn in zowel de dorpen zelf als in de stad Lefkáda.
Verder is er ongerepte natuur die het ene mooie vergezicht na het andere biedt, de schilderachtige dorpjes, het nog bevolkte klooster Faneroméni en natuurlijk Lefkáda zelf met zijn gezellige winkelstraatjes, terrasjes en... kerkjes (bijvoorbeeld Agios Minas in de Melastraat en Agios Dimitrios in een steeg links van die straat).