Stelt u zich voor: een bergdorpje, schitterend gelegen, 'Méso - Vounó', 'temidden van de bergen', als een arendsnest. Die bergen zijn al heel bijzonder: eindeloze vergezichten, een tintelfrisse lucht en alle vijf grote rivieren van de Pindos ontspringen rondom Métsovo in die bergen.
Maar ook het plaatsje is heel bijzonder: in steile terrassen ligt het aan beide zijden van een ravijn omringd door de machtige bergpieken...
Vanaf de hoofdweg ga je omlaag langs met rotsblokken geplaveide straatjes, naar de platía, het dorpsplein.
Onderweg passeer je huizen die originele leistenen dakbedekking hebben en winkeltjes met zilverwerk en fraaie wollen kleden en kleren. Als je geluk hebt, zie je er nog wel een man lopen in de oorspronkelijke Vlachendracht met een plat rond mutsje en pompoenschoenen.
Op zondag gaat men er ter kerke in de meest schitterende kledij, diep blauw en stralend rood. Byron, dichter over en tot zijn dood toe dweper met Griekenland, noemde de Epiroten de best geklede mensen ter wereld. Hier zou u het bewijs van zijn bewering kunnen zien.
In het plaatselijke museum 'Tosítsa-Avérof' (open van 8 tot 13 uur en van 15 tot 17.30 uur) ziet u een fraaie verzameling van Epirotische kostuums en kunstnijverheid. Het gebouw zelf is eigendom van een meestal in Athene verblijvende adellijke familie, en weerspiegelt de weelde en grandeur van het stadje in de 17e en 18e eeuw.