...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Mistrá's historie

Mistrá's geboortester ging op in 1249 doordat de doodstrijd van het Byzantijnse rijk begonnen was. Mistrás stierf 600 jaar later in de geboortepijnen van een nieuw Griekenland.

Tussen 1202 en 1204 trokken voor de vierde keer kruisvaarders naar het oosten. Dit keer waren het geen koningen die de leiding hadden, gedreven door hooggestemde idealen, maar graven en baronnen die kans zagen om politieke invloed te verwerven en... nieuwe gebieden te veroveren. Hun legers waren benden avonturiers van het laagste allooi wier enig doel het was buit te halen uit door hen te verwoesten steden. Het kruis was slechts een voorwendsel van deze 'helpers', die door de Byzantijnen met hun verfijnde cultuur 'barbaren' werden genoemd. De Fransen onder hen eigenden zich als prijs voor hun misdadig optreden de 'Morea' toe - zo werd de Peloponnesos ook genoemd, 'moerbeiland' vanwege de vele moerbeibomen, nodig voor het kweken van de zijderups.
Om het vruchtbare gebied goed te beschermen en de rebelse bewoners van de Taygetos onder controle te houden bouwden zij hoog op de uitlopers van dat gebergte een burcht. Maar de Byzantijnen vochten terug en in dat jarenlange oorlogsgeweld vestigden vele angstige bewoners van de Morea zich dicht bij de muren van deze burcht. Vanaf 1267 waren de Grieken er weer de baas en bijna onmiddellijk begint daar een periode van bloei, de laatste schittering van de Byzantijnse cultuur.
Waarom hier? Wel, Constantinopel was een bedreigde vesting, waarvan de muren op dat moment een leeggeplunderde en half in puin liggende stad omsloten. De keizers stuurden hun broers of hun zonen naar deze laatste parel aan hun kroon om die als 'despoot' (heerser) koninklijk te besturen en te verfraaien. Dezen, eerst de Cantacuzenen, dan de Paleologen, hielden er in Mistrás een schitterende hofhouding op na, omringd door grote geleerden. Tot ver in het Westen was Gemisthus Pletho beroemd, een veelzijdig geleerde, filosoof en kenner van de klassieke oudheid, die mede de Renaissance inluidde, maar die ook een plan ontwierp voor een politieke en economische wedergeboorte van de Peloponnesos. Deze despoten bouwden Mistrás vol met o.a. kerken, die tot op heden briljante fresco's hebben bewaard als laatste getuigenis van een gouden tijd.
In één van die kerken, de Mitrópolis, werd in 1449 de toenmalige despoot van Mistrás, Konstantinos, tot keizer van Byzantium gekroond; een marmeren plaat met de tweekoppige adelaar van Byzantium, aangebracht in de vloer van de kerk, herinnert daar nog aan... Hij zou de laatste keizer zijn. Hij verliet Mistrá en trok naar Constantinopel. In 1453 werd deze stad door de Turken ingenomen. De sultan reed te paard de Aya Sophía binnen, klom op het altaar en verrichtte naar Mekka gericht zijn gebeden. De keizer was verdwenen in de stofwolken van het slagveld vóór de stad. Nog steeds wachten er Grieken op zijn terugkeer en op het herstel van het grote Grieks-Byzantijnse rijk. Mistrás overleefde Constantinopel zeven jaar. Daarna is het 200 jaar onbetwist bezit van de Turken en kent het een redelijke economische welvaart. Dan wordt het weer doelwit van telkens andere westerse invasielegers.
In 1821 hoort Mistrás bij de gebieden die het eerst het Turkse juk van zich afschudden. Maar de Sultan krijgt hulp van zijn vazal, de Pasha van Egypte. Die stuurt zijn zoon, Ibrahim Pasha, met een machtige vloot naar Griekenland en verovert, verwoest en plundert Mistrá. Wanneer dan in 1827 de Engelsen en Russen de Turks-Egyptische vloot bij Navarino in de grond boren en daarmee de wedergeboorte van een vrij Griekenland verzekeren, ligt daar hoog in het hart van de Morea een verlaten Mistrás, een dode stad...

Maar het zou geheel onjuist zijn hier even melancholiek te eindigen over Mistrás als we zijn begonnen. Die dode stad herbergt nog kostbare schatten die alle verwoesting hebben overleefd. Het is prachtig te wandelen langs de kerkjes en de paleizen, laatste echo's van een duizendjarige Byzantijnse beschaving; als u kijkt naar de fresco's in die kerkjes, vaak even diepzinnig als kleurrijk; als u vanaf de hoge helling waartegen de de stad is gebouwd uw oog laat dwalen over het romantisch panorama van rode kerkdaken en ruïnes van muren - 'Het lijken wel handen die naar de hemel worden geheven' - zegt een dichterlijke Griek. En dat alles tegen de weidse achtergrond van de Lakonische vlakte, het Párnongebergte en de wilde grootheid van de Taygetos; het zal een onvergetelijk beeld in uw herinnering achterlaten.