...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Monument van Mohács


Türkenbelagerung: Die Entsatzschlacht um Wien am 12. September 1683. Gemälde von F. Geffels (Historisches Museum der Stadt Wien).
© Copyright by Historisches Museum der Stadt Wien.

Het stadje Mohács is een heel aardige plaats aan de Donau, ontstaan uit een Romeinse nederzetting. Op 6 km buiten Mohács gaat u naar rechts en ziet u na circa 1 km links de poorten van een monument. En wat een indrukwekkend monument!

Pas in 1960 deed men hier een even lugubere als historisch belangrijke ontdekking: men vond hier een enorm massagraf. Later trof men er nog vier aan.

Men wist wel, dat ergens in de vlakte langs de Donau op 29 augustus 1526 de grote -voor de Hongaren verpletterende- slag tussen de Turken en de Hongaren had plaatsgevonden, maar men wist niet precies waar. In deze verschrikkelijke veldslag, die maar 1˝ tot 2 uur duurde, vonden 22.000 Hongaren de dood. Ook de 20-jarige Hongaarse koning Lajos (Lodewijk) II kwam om het leven, echter niet door een Turks zwaard, maar getroffen door het noodlot.

Sultan Süleyman, de Turkse bevelhebber, ook slechts 32 jaar oud, stond met zijn 80.000 man te wachten op de ongeduldige Hongaren, die trappelden van ongeduld om de Turken aan te vallen. Inderdaad bezweek het centrum van de Turkse troepen onder de woeste aanval van de Hongaren, maar daarachter had Süleyman driehonderd kanonnen opgesteld, verbonden door zware kettingen. De Hongaren die niet door de kanonnen weggevaagd werden, liepen zich vast in de kettingen.

Toen Lodewijk door enkele getrouwen op het laatste moment uit het krijgsgewoel werd weggevoerd, barstte een onweer los. Het paard van Lajos gleed tijdens het oversteken van een beekje uit. De koning kwam onder het dier terecht, kon zich door zijn zware wapenrusting niet meer bevrijden en stikte in de modder.

Deze slag is een heel traumatische gebeurtenis in de Hongaarse geschiedenis. Niet alleen vanwege het enorme verlies en de daarop volgende Turkse overheersing, maar zeker ook omdat de Hongaarse adel nog liever de positie van Lodewijk zag verzwakken, dan dat men zich eendrachtig teweer stelde tegen de oprukkende Turken. De olijfboom -zo luidt het verhaal- die door Lodewijk I (van het Franse koningshuis Anjou) naar Hongarije was meegebracht, werd op slag onvruchtbaar. (U hebt dat overal in het land kunnen zien: wel olijfbomen, geen vruchten.)

Daags na deze slag is een Hongaarse dame naar de Turkse grootvizier gegaan en heeft gevraagd of zij verlof kon krijgen voor en hulp bij het begraven van de doden. Hij zorgde ervoor... Het begraven duurde langer dan een week.

Door een grote boog, die doet denken aan een maliënkolder, komt men in de permanente tentoonstellingsruimte, waarin de episode van de Turkse veroveringen van Europa met kaarten en prenten is aangegeven. Op verzoek kan men een bandje afspelen met daarop in het Nederlands het verhaal van de slag om Mohács.

Door een tweede poort komt men op een rond grasveld, waar tussen 1960 en 1976 de vijf massagraven zijn gevonden. Vier Hongaarse kunstenaars hebben 121 houten beelden gemaakt van mensen, paarden, bogen en ondefinieerbare figuren, die het chaotische en het verderfelijke van deze dodelijke slag uitbeelden. Kijk eens naar de wanhopige paarden, kijk eens naar het beeld van de triomfantelijke sultan Süleyman en naar die Turk, die de afgeslagen hoofden van de Hongaren aan zijn gordel heeft gehangen; en zie de droevige gestalten van koning Lajos en van aartsbisschop Tomori, de bevelhebber van de Hongaren. Om stil van te worden...

De Turken zouden pas in 1699 uit Hongarije verdreven worden. Behalve in de koffie en de paprika werkt de Turkse tijd ook nog door in een feest. In de laatste week voor de vasten wordt rondom Mohács een soort Carnaval gevierd, het Busófeest. De mensen trekken door de stad met afschrikwekkende houten maskers voor hun gezicht. Men zegt dat zij daarmee de Turken uiteindelijk uit het land verdreven hebben...