
Via de dorpjes Majs (let hier op het scheefstaande kruis op de kerktoren), Lippó, Kislippó en Magyarbóly naar Villány rijdt u door een vrij vlakke streek, die pas bij Villány weer wat reliëf krijgt. Maar dan bent u in dit subtropische gebied ook meteen in een van de bekendste wijngebieden van Hongarije. In Villány (met de Duitse naam Wieland) vindt u in de hoofdstraat overal wijnkelders, waar u kan proeven en kopen. Ook zijn hier diverse restaurants, waaronder ook een Csárda.
Als u Villány verlaat ziet u rechts langs de weg een grijze berg in het landschap liggen, de Szársomlyó (442 m). Deze berg wordt gebruikt als steengroeve en hoewel milieugroeperingen veel problemen met het afgraven hebben, was er tot het jaar 2000 een concessie verleend. De afgegraven kalksteen wordt gebruikt voor het maken van beeldhouwwerken. Tal van kunstenaars mogen stukken steen uitkappen, maar ze zijn wel verplicht om één werk aan het beeldenpark (het Szaborpark) te schenken.
In Siklós kunt u het kasteel bezoeken. Het behoort tot één van de best geconserveerde van Hongarije, omdat het vanaf de bouw permanent bewoond is gebleven. Nu is het een museum, hotel en restaurant, eigendom van de Hongaarse staat. In het museumgedeelte zien we de gotische kapel en het barokke woongedeelte. De bovenverdieping herbergt schilderijen.
Het plaatsje Siklós biedt door de vele winkeltjes en barretjes in de hoofdstraat een levendige aanblik.
Vanuit Siklós kan u naar Harkány, een plaats met zeer veel thermale geneeskrachtige bronnen. Harkány is bekend als kuuroord en badplaats en omdat het vlakbij de Kroatische grens ligt, zijn de straten vol met HR-kentekens.
Langs de 58, de weg die u naar Pécs brengt, zijn tal van terrassen, waar het heerlijk zitten is om naar het gedoe van al de kuurgasten te kijken. U vindt hier verder twee campings, zwembaden waar zelfs in de winter buiten gezwommen wordt, tal van hotels, massagesalons, modderbaden en een ziekenhuis voor reumapatiënten.