
Een van de mooiste natuurfenomenen die men in Sardinië kan zien is de Neptunusgrot (la Grotta di Nettuno). Deze grot bevindt zich aan de oostzijde van de Capo Caccia, op ongeveer 7 zeemijlen ten westen van Alghero.
De grot werd in de 14e eeuw door vissers ontdekt. Op dat moment werd hij nog bewoond door robben die daar hun jongen ter wereld brachten. Hij werd zoveel miljoenen jaren geleden uitgegraven door de zee, die toen een veel hogere stand had: op de wanden kan men nog de vroegere waterlijnen zien. Nu staat het prachtig gekleurde, ijskoude zeewater niet zo hoog meer, maar er zijn nog steeds getijen van ongeveer 40 cm.
In de grot is de temperatuur constant 18,8°C.
Vroeger werd de grot uitsluitend door de rijken der aarde bezocht, die er veel schade aanrichtten. Door het fakkellicht ontstond roetafzetting en tijdens een bezoek van Koning Carlo Alberto in de 19e eeuw (zie gedenkplaat) werden een aantal stalagmieten vernield door kanonschoten.

Sinds 1980 wordt het grote publiek toegelaten en men tracht het geheel te beschermen. Er mag officieel niet 'geflitst' worden, om het calciumcarbonaat van de druipstenen niet te beschadigen.
Soms gebukt, kunt u ongeveer 500 meter een sprookjesachtige wereld inlopen. De zalen worden genoemd naar de natuurverschijnselen: de orgelzaal, de kerkruimte, het spaghettiplafond… . Maar binnen een paar jaar zullen nog een paar kilometer geopend worden. En dan zijn er nog kilometers van niet toegankelijke zalen.
Hieronder volgt een beschrijving van de voornaamste punten en bezienswaardigheden:


1. De ingang die 2m boven de zeespiegel ligt, 8m hoog is en 8m breed, biedt uitzicht op het Lago (meer) Lamarmora. Dit is 100 meter lang en ongeveer 25 meter breed en bevat zout water. Het staat dus via een onderaardse sifon in verbinding met de zee. De maximale diepte bedraagt 3 meter en het water is glashelder.
2. Er zijn stalagmieten te vinden.
3. In de zaal van de ruïnes werd in de vorige eeuw heel wat verwoest, o.a. door kanonschoten die afgevuurd werden bij plechtige bezoeken.
4. Het strandje. Op de muur ziet men op ongeveer 4 meter hoogte een lijn. Deze duidt de hoogte van het water aan tijdens de transgressie tussen de ijstijden. Ook op de kolommen is die lijn te zien, wat erop wijst dat die er al waren voor onze beschaving begint, dus voor de piramiden, Babylonië of zelfs de nuraghen. U ziet aan de wand ook twee marmeren platen, die herinneren aan de bezoeken van Carlo Alberto, koning van Sardinië, aan de grot.
5. Zaal Smith, geheten naar William Henry Smith, een Engelse kapitein, die de grot in 1823 bezocht. Deze zaal wordt gedomineerd door 'het grote orgel'.
6. De koepelzaal (Cupola) wordt gevormd door een eigenaardige formatie van stalagmieten langs de muren.
De andere delen van de grot, ongeveer twee en een halve kilometer, zijn nu nog niet open voor het publiek.
Een schitterend bezoek aan een onvergetelijke grot, ook voor wie al veel grotten bezocht heeft.