
Deze plaats is een van de grootste steden van Sardinië en toch zijn er nauwelijks 40.000 inwoners. Wel vinden de meeste mensen het de mooiste stad van het eiland. De oude versterkingen, de wachttorens, de dikke muren zijn gebleven, ondanks het feit dat de stad heel dikwijls belegerd werd en herhaaldelijk in andere handen overging.
Het duidelijkst echter hebben de Spanjaarden hun stempel erop gedrukt, herhaalde malen ziet men in namen het woord Catalan opduiken en men sprak en spreekt er nog altijd Catalaans. Ook de straatjes en de pleintjes zien er Spaans uit.
Als u even de stad wilt verkennen, doet u dat het liefst 's avonds na zes uur, dan worden de inwoners van Alghero wakker en gaan ze de straat op. Vanaf de parkeerplaats loopt u langs de dijk. Aan de ene kant ligt de jachthaven en aan de andere kant de bijna intact gebleven stadsmuur.
Op de hoek staat een machtig bastion: Bastione della Maddalena. Iets verder klimt u via een trap op de muur. U bevindt zich nu op de Bastione Magellano en zo kunt u de gehele stad rondlopen. U hebt voortdurend wisselende uitzichten op zee en loopt ook verschillende monumenten en torens voorbij; een gedenkplaat voor Garibaldi, Torre di S. Erasmo, de patroon van de zeelieden, Torre della Polveriera, Torre di S. Giacomo en Torro dello Sperone. Ook de bastions veranderen voortdurend van naam: Bastioni Pigafetta, Marco Polo, Cristoforo Colombo, wiens naam bijna in alle steden aan de Middellandse Zee opduikt. Hij was een Genuees en werkte voor Portugal en Spanje en zo menen alle steden die iets met die gebieden te maken hebben, recht te hebben op een deel van zijn roem.
De San Michele is een 17e-eeuwse barokkerk. De koepel valt op, want die is erg veelkleurig. Loop even binnen al is het maar om het prachtige koorgestoelte (de plaats waar de geestelijkheid of de monniken zaten) te bewonderen.
Iets verder ligt de San Francesco (14e - 15e eeuw) met de eenvoudige voorgevel. Aan de zijkant in de smalle Via Machin ziet u steunberen of -bogen en daar hebt u ook het beste uitzicht op de achthoekige toren. (Machin was een bisschop en zijn paleis vindt men terug in de Via Principe Umberto, een parallel lopende straat.) Binnenin is de kerk typisch barok met overdreven versieringen.
De kathedraal Santa Maria (16e eeuw), werd in de achttiende eeuw omgebouwd in classicistische stijl. Ook binnen is het een mengeling van stijlen; gotisch, barok, classicistisch. U verlaat de kathedraal langs de voorzijde, die vroeger de achterzijde was.
De Piazza Civica is een erg druk pleintje. Het mooiste huis is het gerestaureerde Palazzo D'Albis, waar Keizer Karel V nog verbleef.
Er zijn nog veel andere dingen te zien en te beleven. U kunt wat uitrusten in het stadspark, een terrasje opzoeken of wat eten. De specialiteit hier is kreeft. Lekker, maar goedkoop is het niet. Een andere mogelijkheid is de vele winkeltjes bekijken. Ook hier zijn koralen te koop; zoveel dat u er echt niet omheen kunt.