
Na Palermo is Catania met haar 380.000 inwoners de grootste stad van Sicilië. De stad kent een rijk verleden dat wortelt in de tijd van de Grieken, maar heel veel is daar niet van over. Natuurgeweld heeft de meeste overblijfselen uit de oudheid en de Middeleeuwen van de aardbodem geveegd. De grote uitbarsting van de Etna in 1669 bedolf vrijwel de hele stad onder de lava. De wederopbouw werd 24 jaar later volledig tenietgedaan door een zware aardbeving die aan tweederde deel van de bevolking het leven kostte.
De twee grootste rampen van de 17e eeuw hadden beide in dit stadje hun hoogste tol geëist. Veel van de oude gebouwen die we nu aantreffen zijn dan ook reconstructies of ruïnes. Pleinen en bouwwerken uit de barokperiode zijn echter wel ongeschonden overgeleverd en vormen een vrolijk decor van een vrolijke stad die ook wel het 'Milaan van het zuiden' wordt genoemd.