
Cefalù heeft nooit een grote politieke betekenis gehad, juist daarom is het zo bijzonder dat we er wel één van de mooiste kerken van Sicilië vinden.
Wie de vallei in rijdt wordt al in een vroeg stadium attent gemaakt op de aanwezigheid van deze monumentale kathedraal, aangezien haar twee torens het meest opvallende kenmerk zijn in de skyline van de stad.
De Noormannenkoning Rogier II begon met de bouw van de kerk en het bijbehorende klooster in 1132. Hij is dus iets ouder dan de dom van Monreale, maar met name aan de binnenkant is de gelijkenis op sommige plekken verbluffend. De Christus Pantocrator die zich ook hier in de absis bevindt lijkt het volmaakte evenbeeld van de Christus Pantocrator in Monreale. Vergelijking van fotomateriaal is noodzakelijk om de subtiele verschillen te kunnen aangeven.
Maar de kerk heeft meer dan voldoende eigen kenmerken om een bezoek te rechtvaardigen. De mozaïeken zijn van een zeer goede kwaliteit en waarschijnlijk de eersten die door Byzantijnse kunstenaars op Sicilië werden gemaakt.
De kerk is opgedragen aan Sint Joris. Volgens de legende was Rogier met zijn schip eens in een zware storm verzeild geraakt voor de kust van Cefalù. In ruil voor de redding van hem en zijn manschappen had hij de heilige toen een eigen kerk beloofd. De Noormannenkoning had de kerk tevens bedoeld als begraafplaats voor zichzelf en zijn opvolgers. Maar één van die opvolgers, Frederik II, achtte het om onbekende redenen wenselijker om het stoffelijk overschot van Rogier II naar Palermo te halen om aldaar in de kathedraal de eeuwigheid door te brengen.