...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

De economische ontwikkeling van Firenze

Voor de Romeinen was het trotse Fiesole een doorn in het oog.
Aan de macht van de Etrusken moest paal en perk gesteld worden. Daarom stichtten ze in de vlakte van de Arno een nederzetting met de welluidende naam 'Florentia'. Veldheer Julius Caesar stuurde er vanuit het vochtige Gallië zijn gepensioneerde legioensoldaten heen.
Na de val van het Romeinse Rijk ontwikkelde Florence of Firenze zich tot een echte stad. Er werd gewerkt, gebouwd en geld verdiend.

Omdat de wolhandel een grote bron van inkomsten was, werden de oevers van de Arno volgestouwd met ateliers en ververijen. Op een zeker ogenblik werkte meer dan een vierde van de bevolking in de wolindustrie. De rivier speelde hierbij een grote rol, want het wassen en spoelen van de wol was een fundamenteel recht.
Wol was een kostbaar artikel. De Florentijnse handelaars kochten jaarlijks in de kloosters in Cotswold in Engeland en in de Algarve in Portugal wol van de beste kudden.
Er werden banken opgericht om de geldstromen in goede banen te leiden. Ze hadden alle kenmerken van het moderne kapitalisme: lenen en krediet verlenen, interesten aflossen en schulden betalen. In 1252 sloeg de stad zijn eigen munt. De florijn werd overal in de nabije wereld aanvaard, was de dollar van die tijd en de voorloper van onze euro.
De burgerij werkte zich rijk en had gebrek aan ruimte. Zo ontstonden de woontorens, de voorlopers van onze flatgebouwen. Rondom de torens nestelde het volk zich in hun smalle huizen met overhellende verdiepingen.
De ambachtslui verenigden zich in gilden en gaven hiermee schuchter gestalte aan vormen van overleg en gezamenlijke besluitvorming. Door de grote rijkdom werd ook de grote bloei op artistiek en cultureel gebied mogelijk (de Renaissance).