
Firenze (Florence) telt een aantal indrukwekkende paleizen.
Het Palazzo Borghese ligt in de onmiddellijke omgeving van de Dom en de Signoria. De geschiedenis van het paleis begint in de jaren 1400, wanneer de broertjes Salviati, rijke eigenaars van huizen en winkels, een aantal van hun bezittingen afbreken om plaats te maken voor dit grote, adellijke gebouw. Het project was zo arbeidsintensief en geldverslindend, dat het pas beëindigd werd in de 16e eeuw.
Inmiddels was de familie Salviati verheven tot de stand van markies. Het huis werd te bescheiden bevonden voor de nieuwe status en grondig uitgebreid. Op zeker ogenblik trouwde Anna Salviati met de Romeinse prins Marcantonio IV Borghese. Zo kwamen de vele bezittingen in handen van zoon Camillo Borghese, die trouwde met niemand minder dan Paolina Bonaparte, de zuster van Napoleon. Hij liet het paleis restaureren in zijn huidige vorm.
De Palazzo Borghese is een typisch voorbeeld van de neoklassieke architectuur uit het begin van de 19e eeuw. Schitterend zijn de eretrap, de pompeuze galerij en tussen de vele salons vooral de spiegelzaal en de grote ontvangstzaal. In de spiegelzaal hangen tien grote spiegels, omgeven door verguld stucwerk. De grote ontvangstzaal heeft een oppervlakte van 200 vierkante meter en pronkt met mooie draperieën, bas-reliëfs, nissen, beelden, zuilen en indrukwekkende luchters.
Na de dood van Camillo kwam het paleis in handen van andere nobele families. In 1843 werd de hele eerste verdieping omgebouwd tot casino en werd de elitaire 'circolo Borghese' gesticht.
Sinds 1995 wordt het paleis ter beschikking gesteld voor congressen en allerlei vergaderingen en bijeenkomsten.
De Palazzo Pitti met zijn indrukwekkende voorgevel van 200 meter werd gebouwd door de rijke bankier Luca Pitti. De architect was niemand minder dan Brunelleschi. Door een mislukte samenzwering tegen de Medici kwam de familie Pitti echter in opspraak en het paleis bleef er onafgewerkt bij liggen. Uiteindelijk legde Cosimo I er de hand op en breidde zijn patrimonium uit.
Velen maken voor het Pittipaleis met de mooie Bobolituinen een omweg. De Galleria Palatina bevat voornamelijk schilderijen uit de 16e en de 17e eeuw, onder meer van Titiaan, Tintoretto, Rubens, Van Dyck en Rafaël. Interessant zijn de koninklijke appartementen waarin Vittorio Emanuele II en de zijnen de kinderjaren van het nieuwe koninkrijk doorbrachten.
Het voormalige paleis Bargello, gelegen aan de typische smalle straatjes waar vroeger paling werd gekweekt, was ooit de zetel van de podesta, een magistraat die moest waken over orde, rust en de vrijheden van het volk. Later fungeerde het gebouw ook als gerechtshof, gevangenis en vreselijke martelplaats. Nu is het een topmuseum met de belangrijkste collectie beeldhouwwerken uit de Renaissance, waaronder de originele David van Donatello.