
Hoewel er in de loop der eeuwen veel aan de kathedraal van Palermo is verbouwd, slaagde geen van de bouwmeesters erin om haar de status van het mooiste gebouw in Palermo te ontfutselen.
De bouw ving aan in 1184 en verliep zo voorspoedig dat de geplande kerk er al na één jaar stond. Van dat oorspronkelijke, in Arabisch-Normandische stijl uitgevoerde, gebouw is door de verbouwingsdrift van de Sicilianen weinig meer te zien.
Een belangrijke verbouwing vond plaats aan het einde van 18e eeuw toen de koepels werden toegevoegd. Die zijn een bezienswaardigheid op zichzelf, hoewel sommigen beweren dat ze het evenwicht uit de hele constructie hebben gehaald.
In de kerk wordt de zijkapel waar zich de koningsgraven bevinden het meest bezocht. Hier bevinden zich onder meer de graven van Frederik II (Stupor Mundi) en van de Noormannenkoning Rogier II en zijn dochter Constance. De sarcofagen zijn allemaal gemaakt van het zeldzame porfier, een fijnkorrelige granietsoort die in de middeleeuwen werd beschouwd als een keizerlijk bouwmateriaal.
In de schatkamer van de kathedraal wordt onder andere de kroon bewaard van Constance, dochter van Rogier II en moeder van Frederik II. In het kostbare stuk zijn duidelijk Byzantijnse invloeden te herkennen. De crypte bevat nog een aantal sarcofagen, waaronder die van Walter of the Mill die destijds de opdracht gaf tot de bouw van de kerk. In een kapel rechts van het koor bevindt zich een zilveren reliekschrijn met de overblijfselen van de beschermheilige van de stad, de Heilige Rosaria.