
Dit paleis in Torino (Turijn) was van 1660 tot 1865 de residentie van de hertogen (later koningen) van Savoye en één van de briljante en originele centra van de Rococo.
In opdracht van 'Madama Reale', de roepnaam van Maria Cristina d'Orléans, werd het in 1646 opgericht op de plaats van het vroegere bisschoppelijk paleis. De koninklijke dame nam daarvoor resoluut de sterarchitecten Carlo en Amedeo di Castellamonte onder de arm.
Van buitenaf lijkt het gebouw meer op een kazerne dan op een luxueuze residentie, maar binnenin vinden wij een meer dan vorstelijk interieur.
Le Nôtre, de fameuze architect van de tuinen van Versailles, legde het wat melancholische park aan met hoge kastanjebomen, oude eiken en rozenhagen. De rococofontein van Simone Martinez, neef van Filippo Juvarra, is wel opvallend.
Omdat de hofplaats beschikt over een passend decor en een uitstekende akoestiek, worden er geregeld grote concerten georganiseerd.
Vanaf het grote plein wordt de toegang tot de residentie bewaakt door de Dioscuren, de ruiterstandbeelden van Castor en Pollux. Zo ziet u opnieuw dat in Italië een tikkeltje imperiale nostalgie nooit ver weg is.
In het paleis kunnen we onze verbeelding zijn gang laten gaan in de weelderige salons, de troonzaal, de receptieruimtes, de audiëntiezaal of de lange Galleria del Daniele. Heel bijzonder zijn de prachtige Scala delle Forbici, het Chinese kabinet en de appartementen van koningin Maria Teresa.
De geniale Filippo Juvarra had in de 18e eeuw overal zijn hand in de verdere uitbouw.