
In Noord-Italië zijn vele scheve torens. Er is echter maar één bekende 'scheve toren' en dat is die van Pisa. In 1173 is begonnen met de bouw van de Campanile, de echte naam voor 'de scheve toren van Pisa'. Na het voltooien van de derde omgang al begon deze over te hellen. Hierop legde men de bouw stil. Honderd jaar later werden de werkzaamheden hervat, waarbij men pogingen deed het overhellen te corrigeren. In 1350 werd de bouw voltooid.
Thans tracht men door het aanbrengen van tegengewichten verder overhellen te voorkomen en zelfs te reduceren. Uit veiligheidsoverwegingen is het al een aantal jaren niet meer toegestaan de toren te beklimmen.
Galileo Galilei werd in 1564 in Pisa geboren. Biddend in de dom (aan hetzelfde plein als de toren: de Piazza dei Miracoli) had hij al vaker toegekeken hoe de koster de olielamp aanstak. De pendelbeweging van de zware, gietijzeren lamp zette hem aan het tobben. Ook vanaf de scheve toren deed hij experimenten in verband met de vrije val.
Dit mocht de Engelse natuurkundige Newton aan den lijve ervaren, toen hij onverhoeds een appel op zijn hoofd kreeg. Vooral de stelling van Galilei dat de aarde rond is en in een baan rond de zon draait, werd hem door de kerkelijke autoriteiten kwalijk genomen. Hij werd gedwongen zijn theorieën af te zweren en stierf verbitterd in 1642.
Pas in 1979 werd hij door de kerk gerehabiliteerd.