
De Porta Praetoria is de enige nog bestaande stadspoort van de vier die ooit toegang gaven tot de Romeinse stad Aosta. Het monument geeft een wat asymmetrische indruk, want het steekt bijna drie meter onder de grond.
Het voormalige Aosta of Augusta Praetoria was een perfecte rechthoek van 572 bij 724 meter. De oude muren met regelmatige wachttorens zijn nog goed te zien. De stad was duidelijk ingedeeld in verschillende kwartieren volgens een geometrisch stratenplan.

Naast de Porta Praetoria staat de 12e-eeuwse Torre dei Signori di Quart, ook wel de Vieille Insinuation genoemd. De edellieden van Quart speelden een belangrijke rol in het vroegere Aosta, want de toren deed dienst als een soort controlepost en er moesten belastingen betaald worden op de in- en uitvoer van goederen.

Van het Teatro Romano zien wij nog slechts een deel van de 22 meter hoge voorgevel en van de halfronde tribunes. Het theater werd opgericht door keizer Augustus in een wijk waar toen al veel privé-woningen stonden. Bijzonder is wel dat het theater, net als dat van Pompei, overdekt kon worden.
De grote middeleeuwse 'Tour Fromage' ontleent zijn naam aan de nobele familie 'Casei', die er vroeger woonde. Of ze ook kaashandelaars waren, laten we voorzichtig in het midden.
Even verder zien wij in de kloostermuren van de zusters van de H. Jozef enkele goed herkenbare resten van bogen en zuilen van het verdwenen amfitheater. Midden in de eerste eeuw werd het opgericht door keizer Claudius. In het amfitheater, dat plaats bood aan 20.000 toeschouwers, dubbel zoveel als het aantal inwoners, werden gladiatorenspelen en andere grootse evenementen georganiseerd.