...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

De tempels van Agrigento

Volgens de Griekse dichter Pindarus, die leefde in de zesde eeuw voor Christus, was Agrigento de 'schoonste stad der stervelingen'. De stad heette toen overigens nog Akragas en was beduidend groter dan het huidige Agrigento. Hóe groot is gemakkelijk voor te stellen. Want het tempelpark, dat zich nu geïsoleerd op enige afstand van de stad bevindt, was vroeger onderdeel van Akragas. Uit oude beschrijvingen weten we dat de tempels de zuidrand van de stad vormden.

De tempels van Agrigento zijn wijd en zijd bekend vanwege de relatief ongeschonden staat waarin sommigen de maalstroom van de geschiedenis hebben doorstaan.
De Concordia-tempel van Agrigento is na de Theseion in Athene zelfs de best overgebleven Griekse tempel ter wereld omdat ze lange tijd als christelijke kerk werd gebruikt.

Andere tempels in het park zijn: die van Juno Lacinia, waarvan een aantal zuilen bewaard zijn gebleven en de tempel die was gewijd aan Hercules. Dit zwaar beschadigde bouwwerk werd in de zesde eeuw v.Chr. gebouwd en is daarmee het oudst. Met de bouw van een vierde tempel, de tempel van Zeus, werd aangevangen in 480 v.Chr., na de overwinning van Agrigento op Carthago. Het moest eens de op twee na grootste tempel ter wereld worden, maar toen het heiligdom in 406 v.Chr. werd verwoest door dezelfde Carthagers was het nog altijd niet voltooid. Naast deze vier grote tempels herbergt het terrein nog een aantal kleinere exemplaren.

De tempel van Castor en Pollux (ook wel de tempel van de Dioscuren genaamd) is een tamelijk gewetensvolle reconstructie uit 1836 die werd uitgevoerd met plaatselijk aanwezige materialen.
Het is juist dit simpele hoekoverblijfsel wat blijkbaar tot de verbeelding spreekt, want is uitgegroeid tot het symbool van Agrigento en de favoriete afbeelding op ansichtkaarten.

De plaatsen waar goden en mensen het dichtst bij elkaar kwamen waren de heilige domeinen waarop zich tempels en altaren bevonden. Een tempel was geen verzamelplaats der gelovigen, zoals onze kerk. Hij werd gezien als de woning van de god waaraan hij was gewijd. Een beeld van de god in de tempel symboliseerde zijn aanwezigheid. Afgezien van de priesters werden sterfelijke zielen zelfs nauwelijks toegelaten in dit gewijde huis.

Religieuze riten vonden meestal buiten de tempel plaats rondom het altaar. Het altaar bevond zich voor de ingang van de tempel die traditiegetrouw naar het oosten was gericht. Bij offerrituelen werd soms het eerste deel van de nieuwe oogst gebruikt, bij andere gelegenheden moest een deel van de levende have eraan geloven. Daarnaast eerden de Grieken hun goden met het houden van rituele spelen en het zingen van liederen. Ook werden er carnavaleske optochten gehouden waarbij de deelnemers maskers van goden en demonen droegen. In feite was het altaar de kern van het heilige domein. Een altaar zonder tempel was heel goed denkbaar, het omgekeerde echter niet.

De tempels in Agrigento zijn gebouwd in Dorische stijl. Dat blijkt vooral uit de eenvoudig uitgevoerde kapitelen (verbinding tussen de zuil en het dakdeel). Bij tempels die in de latere Corinthische of Ionische stijl gebouwd werden zouden deze kapitelen met uitbundige tierlantijnen worden versierd.

De zuilen van sommige tempels zijn in het midden wat dikker dan aan de onder- en bovenkant. De reden daarvoor is dat rechte zuilen, van een afstand bezien, enigszins hol lijken hetgeen een wat onstabiele indruk geeft. De bolle zuilen vormden daarvoor een optische correctie. De tempels in Agrigento zijn opgetrokken uit het hier rijkelijk aanwezige zandsteen. Dat is eigenlijk het enige wat ze onderscheidt van de tempels in Griekenland die meestal uit marmer bestaan.