
Nu al meer dan honderd jaar geleden is het in Torino (Turijn) begonnen. Giovanni Agnelli startte er met de productie van auto's in zijn Fabbrica Italiana Automobili. Een gouden zet, zo bleek later.
Onlangs werd zijn kleinzoon Gianni, erepresident en senator, gestrikt voor een interview. De grootste industrieel van Italië beklemtoonde dat zijn grootvader levenslang het principe van de absolute macht gehuldigd had. Sterk en gezagsvol intern en extern.
Op het einde van de tweede wereldoorlog werd de vestiging zwaar gebombardeerd. Een kritisch moment voor het toen al monumentale bedrijf. Gianni volgde Giovanni op als familiehoofd en zaakvoerder en wist samen met ouwe getrouwe Valletta het schip drijvende of de auto rijdende te houden.
Na de oorlog werden de kleine 500 en 600'ers de absolute topmodellen. Gouden tijden voor de Agnelli's.
Na de nodige perikelen met vakbonden en terroristen is het resultaat van een eeuw Fiat voortreffelijk: 250.000 werknemers, een productie van 2.500.000 wagens per jaar, een omzet van 90.000 miljard lire.
Welk bedrijf in Italië kan betere kaarten op tafel gooien met een grotere meerwaarde voor het land?