
De Renaissance was een culturele stroming die alleen kon gedijen in een groeiende materiële welstand, zoals het geval was in Firenze.
In Italië zijn veel resten bewaard uit de klassieke oudheid. Bewonderaars beschouwden de creaties van Grieken en Romeinen als het hoogste wat de mens ooit bereikt had. Zonder dat er sprake was van klakkeloos overnemen, werd de klassieke cultuur vertroeteld als een belangrijke bron van inspiratie. De naam dekt goed de lading: renaissance, rinascita, opnieuw geboren worden, herontdekken wat verloren was.
Rond 1400 in het begin van het fameuze quattrocento doceerden geleerden die uit Byzantium afkomstig waren de Griekse taal en in 1440 opende de Platoonse academie zijn deuren in Firenze.
Geleidelijk drukte de Renaissance zijn stempel op alle domeinen van kunst en cultuur: bouwkunst, schilderkunst, beeldhouwkunst, literatuur en muziek. De kunstenaar was nu geen handwerksman meer, maar een begenadigd mens, die dicht bij het goede, ware en schone stond. Dit kwam ook door de verspreiding van het het humanisme, de filosofische onderbouw van de Renaissance, over heel Europa. Francesco Petrarca, vurig bewonderaar van het Oude Rome, was hierbij de voortrekker.
Waar in de middeleeuwen God en het hiernamaals centraal stonden, richtte het humanisme al zijn aandacht op de waardigheid van de mens en de wonderen van de wereld. Er ontstond een enorme gedrevenheid naar universele kennis. Dit bij voorkeur in overeenstemming met de religie maar als het moest zonder die overeenstemming.
De uitvinding van de boekdrukkunst rond 1440 heeft de verbreiding van het humanisme zeer versneld.
Te vaak heeft men de 14e en de 15e eeuw bestempeld als een duistere periode waarin hongersnood, oorlogen, epidemieën, oproer en godsdienstige verdeeldheid Europa teisterden.
Te weinig heeft men beklemtoond dat in deze eeuwen iets fantastisch ontstaan is, een nieuwe lente, de voorbode van het moderne Europ