
Ondanks de bombardementen die gedurende de Tweede Wereldoorlog op Genua zijn uitgevoerd, is de grootste havenstad van Italië redelijk intact uit de strijd naar buiten gekomen.
Van de welvaart en macht die de stad in de 11e en 12e eeuw verwierf met haar handel overzee, zijn de vele stille getuigen, in de vorm van prachtige huizen en paleizen, vandaag de dag nog terug te vinden. Gebouwen die er wél aan moesten geloven waren de gotische Sant'Agostino kerk uit 1260, waarvan slechts de klokkentoren gespaard bleef. Ook het bijbehorende klooster en de kruisgangengingen gingen verloren, maar een der kruisgangen dient nu, na een ingrijpende restauratie als museum.
Het Palazzo Reale, eens het onderkomen van de koningen van Savoye, behoort met zijn indrukwekkende balzaal en spiegelzaal tot een van de pronkstukken van de stad. Bijzonder is ook de tuin met het rijk versierde kasseienmozaiek.
Aan de Via Garibaldi, dé straat van Genua vanwege de fraaie herenhuizen en paleizen, staan twee noemenswaardige optrekjes; het Palazzo Bianco en het Palazzo Rosa. Beide zijn vanwege de prachtige meesters en kunstvoorwerpen een bezoek meer dan waard.
Genua bezoeken en voorbijgaan aan Christophorus Columbus is vrijwel onmogelijk. Hoewel het niet zeker is dat Columbus hier daadwerkelijk geboren is, laat de stad er geen twijfel over bestaan. De ontdekker van de Nieuwe Wereld zou in een kleine, met klimop begroeide woning vlak naast de Porta Soprana zijn opgegroeid.
Vandaag de dag herinnert veel in Genua aan deze beroemde persoon. Het naar hem vernoemde vliegveld, zijn standbeeld op de Piazza Acquaverde en de fresco's van zijn avonturen die Tavarone in het 17e-eeuwse Palazzo Belimbau schilderde.