
Het valt niet te ontkennen dat albast het sterproduct van Volterra is! In het museum zien we hoe de Etrusken dit calciet al op kunstige wijze gebruikten voor hun urnen en vazen. Albast is een dankbare materie, geelachtig wit, min of meer doorzichtig en onregelmatig ingekleurd. Doorgaans laat het zich makkelijker bewerken dan marmer. De eivormige albastblokken worden gehaald in een straal van 30 kilometer rond Volterra.
Tegenwoordig zijn nog 600 mensen betrokken bij de productie en de bewerking van het mineraal. Het gaat meestal om familiebedrijven, die in hun werkplaatsen soms publiek toelaten, zodat u één en ander van dichtbij kunt bezichtigen. De albastbedrijven ondervinden grote concurrentie van de kunststofindustrie en worden bedreigd door allerlei 'Ersatz' en namaak.
Vanzelfsprekend dat men het imago van het pure product hoog wil houden. Eén van de initiatieven zijn de creatieve cursussen die in de weekends voor liefhebbers worden ingericht.
De Museo Etrusco werd in 1761 gesticht door Mario Guarnacci en draagt ook zijn naam. Deze geleerde priester was een groot verzamelaar en had niet minder dan 600 urnen in tufsteen of albast in zijn bezit.
De zogenaamde bucchero was een typische productie van de Etrusken. Deze aardewerken vaas uit zwart gekleurde aarde lijkt wel van brons. Dat hij gebruikt werd als wijnbeker hoeft ons niet te verwonderen, want wijn stond centraal in het dagelijkse leven van de Etrusken. Hadden zij dit niet van de Grieken geleerd?