
Als u vanuit Nuoro naar Orgosolo rijdt ziet u aan de linkerkant de Supramonte, zodat u een beeld heeft, hoe moeilijk het binnenland te bereiken was en is. Het dorp hangt als een arendsnest tegen de rotswand. In geheel Sardinië was het berucht wegens zijn bandieten, maar als we de vele moordpartijen ontleden, zien we dat het feitelijk een strijd was tussen de gewone bevolking, herders en boeren en de vermogende grootgrondbezitters, gesteund door de staat en de wetten.
Zo begrijpen we ook beter de muurschilderingen (murales) die zo typisch zijn voor dit dorp, waar verder niets speciaals te zien is. Ze zijn niet oud; pas in 1973 begon men te schilderen, feitelijk over de onderdrukking in Orgosolo, maar met andere landen als voorbeeld: Mexico, Chili en Vietnam.
En de toeristen kwamen en vonden het mooi. Zo ontstond zelfs een soort massatoerisme: bussen vol, gewapend met camera's, eigenlijk net zoals wij.
Zoeken hoeft men niet, overal staan murales, ook over Italiaanse toestanden: de kolonisering van Sardinië, tegen de NAVO, de economische problemen van de herders.
Loopt u maar even rond en oordeel zelf. Soms is het duidelijk naïeve volkskunst, soms schuilt er toch meer achter.
Verderop ligt Oliena, een ander typisch bergdorp in de Barbagia. Hier zijn de tradities nog duidelijker in ere gebleven.
Door steeneiken of wijnvelden kunt u ook nog naar Serra Orrios, het opgegraven nuraghendorp hier duikt men opnieuw diep in het zeer verre verleden.