
In de omgeving van de kust, is duidelijk de meeste 'cultuur' achtergebleven, want ook de Romeinen en andere bezetters vonden het binnenland niet interessant, of moeilijk te onderwerpen.
Dat was ook zeker het geval voor Barbagia. Aan het landschap vol steile hellingen, struiken, bossen en ondoordringbare maquis kan men al merken dat het voor de openbare orde uiterst moeilijk was dat gebied te controleren. En tot voor 50 jaar was het zo dat de mensen hier bijna zelf de wet bepaalden. Het was het land van de bandieten, de ontvoerders en de veedieven. Nu is daar niks meer van overgebleven en als toerist merkt u er helemaal niks van. Toch is het leven op het platteland nog altijd keihard en heerst er nog veel verborgen armoede.
Nuoro is de voornaamste plaats in het binnenland van Sardinië met bijna 40.000 inwoners. U kunt het moeilijk een attractieve stad noemen, daarvoor was ze vroeger veel te arm, zodat er weinig interessante gebouwen opgetrokken werden. Wel mooi zijn de ligging en de smalle bochtige straatjes in de omgeving van de Corso Garibaldi, de winkelstraat.
Het is ook de stad van Grazia Deledda die in 1926 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg. Haar geboortehuis werd omgetoverd in een museum. Het is een typisch huis van de 19e-eeuwse burgerij.
Het Museo della Vita e delle Tradizioni Popolari Sardi (het museum voor volkskunst) of Il museo etnografico di Nuoro zijn beslist de moeite waard.