
Paestum is de Romeinse naam van een stad die in de Griekse tijd nog 'Poseidonia' heette; genoemd naar de god van zee, Poseidon. De stad werd gesticht door inwoners van Sybaris, rond 600 v.Chr. De voornaamste tempels werden in de 150 jaar daaropvolgend gebouwd.
In 273 v.Chr. werd de stad een Romeinse kolonie en kreeg ze de naam Paestum.
Toen Paestum in 1752 werd herontdekt ging er een golf van opwinding door Europa. Niet alleen omdat de tempels die er werden gevonden tot de grootst bewaard gebleven bouwwerken uit de Griekse wereld bleken te behoren, maar ook vanwege hun strakke vorm. De Dorische stijl waarin de in zeer gave staat verkerende tempels waren gebouwd, werd met bewondering begroet in een tijd dat iedereen juist z'n buik een beetje vol had van de overdadige barokke gebouwen waarmee heel Europa inmiddels was volgebouwd. Hier waren bouwwerken die grootsheid konden uitdrukken zonder de noodzaak van een pompeuze decoratieve aankleding.
Architecten reisden naar Paestum als was het een bedevaartsoord. Eén van hen was de Fransman Soufflot die in Paestum de voornaamste inspiratiebron vond voor de constructie van het Panthéon in Parijs.
Al snel sloeg de gekte ook over naar het piepjonge Amerika. De hoofdsteden van de afzonderlijke staten lieten zich bij de constructie van hun regeringsgebouwen door de tempels van Paestum inspireren, gevolgd door banken en universiteiten. Het Amerikaanse Witte Huis en het parlement op Capitol Hill zijn slechts enkele voorbeelden van de duizenden gebouwen in de nieuwe wereld die qua stijl zijn geënt op de machtige tempels van Paestum.
Maar niet alleen architecten waren onder de indruk van Paestum. Ook kunstenaars en dichters trokken naar Italië om het wonder met eigen ogen te aanschouwen.
Onder hen was de Engelse dichter Shelley, die schreef: 'Woorden schieten tekort om het effect te beschrijven van de enorme zuilen tegen het gekartelde silhouet van de bergen aan de ene kant en de strakke horizon van de zee en lucht aan de andere kant.'