
De Piazza del Duomo (het glinsterende plein met wit, roze en groen marmer, en de dom en de doopkapel) hoort zeker bij de drukst bezochte plaatsen van de stad.
De elegante campanile van Giotto, de vernuftige dubbelwandige koepel van Filippo Brunelleschi en de fraaie voorgevel waren ongekende hoogstandjes van technische en artistieke aard. Veel meer dan het stadhuis waren kerk en doopkapel de trots van de doorsnee Florentijnen.
De Santa Maria del Fiore (de heilige Maria met de bloem, het symbool van Firenze) is zo groot dat u hem nergens op de piazza in zijn geheel kunt zien. Hij is de derde grootste kerk ter wereld en kan 30.000 mensen bevatten. De bekende architect Arnolfo di Cambio heeft nauwelijks bevroed dat aan zijn concept gewerkt zou worden van 1294 tot 1436.
De bronzen paradijsdeuren van de doopkapel in groen en wit marmer, waaraan het bedrijf van Ghiberti 25 jaar werkte, zijn wereldtop.
De tien panelen zijn als schilderijen, die in brons gesculpteerd zijn. Ghiberti had trouwens een grote bewondering voor de beroemde schildersschool van Siena.
In het Museo dell'Opera del Duomo achter de kerk vindt u waardevolle originelen. Het museum was vroeger een werkplaats waar onder andere Michelangelo vele zweetdruppels gelaten heeft.