

Ver voor onze geschiedenis kwam de Vesuvius tot een geweldige uitbarsting waarbij hij een tientallen meters dikke lavastroom het land inschoof. Vijfhonderd meter voor de zee, dicht bij de monding van de Sarno, kwam die plotseling tot stilstand, koelde af en vormde een 30 tot 40 meter hoge heuvel.
De eeuwen kwamen en gingen, de lava werd vruchtbare humus en de mensen vestigden zich graag op deze hoge plek buiten het moerassige terrein van de rivier. De oudste bewoners van Pompeï zijn de Osci, een van de vele stammen (zoals die andere heel bekende - de Latijnen).

Tweehonderd jaar later, in de 6e eeuw, kwamen de Grieken; zij vestigden zich er vredig naast de Osci (of bouwden nieuwe steden, zoals Parthenope, het latere Neapolis). Deze altijd welvarende stad, hoog gelegen knooppunt van land- en zeewegen was een welkome buit voor nieuwe veroveraars in de 5e eeuw, de Samnieten, en na dezen, in 80 voor Christus, voor de Romeinen.

Vier volkeren dus, die alle hun stempel op een stad drukten, die altijd een welvarende en levendige stad bleef, dankzij wijnbouw en andere cultures, de handel en kleine industrieën.
In 62 na Christus, schudde de stad plotseling op haar grondvesten, een aardbeving beschadigde haar zwaar. Maar geen nood, de energie was tomeloos en men ging tot herbouw over; aan nieuw gevaar werd niet gedacht.
De restauratie (sporen kunnen we er nu nog van zien) was nog niet voltooid, toen in 79 na Chr. een verschrikkelijke uitbarsting van de vulkaan volgde. Een 15 meter hoge modderstroom goot zich uit over Herculaneum.

Andere plaatsen zoals Pompeï en Stabiae werden in enkele uren begraven onder een 7 meter dikke laag lapilli (lavasteentjes) en vochtige as. Wie te laat vluchtte of in de verkeerde richting, verstikte door de vergiftigde lucht en zakte in de neerslag weg.
Wie bleef schuilen in zijn huis of kelder onderging hetzelfde lot of werd verpletterd onder de inzakkende plafonds. We hebben een ooggetuigenverslag van Plinius (de Jongere). Zijn oom, Plinius de Oudere, liet toen het leven bij een reddingsactie.
Spoedig waren de steden vergeten.

Pas in de 17e eeuw begon men naar schatten te graven. Vanaf 1748 wordt er systematisch opgegraven onder leiding van grote geleerden en met steeds betere methodes.
Meer dan driekwart is nu opgegraven en wij kijken 2000 jaar later naar het leven van een Romeinse stad, zoals dat door de plotselinge dood werd betrapt en bewaard. En de vulkaan gromt nog steeds, zaait paniek of verwoest (onder andere in 1631, 1701, 1794, 1822, 1906, 1944, 1980) en de mens blijft zich vestigen in deze vruchtbare, rijke en schitterende streek.
De mozaïeken en fresco's, die behouden bleven in Pompeï, zijn grotendeels overgebracht naar het Nationaal Museum in Napels.

