
Even ten noorden van Piombino ligt het archeologisch park van Baratti en Populonia. Onbetwistbaar is deze fascinerende necropolis een toplocatie voor wie in contact wil komen met de Etruskische beschaving.
Al in de 7e eeuw voor Christus was het toenmalige Pupluna een uitgestrekt en rijk industrieel centrum. Alles draaide om de verwerking van ijzer en de stad had de controle en het monopolie over de mijnen van Elba stevig in de hand.
Wie vandaag door de dodenstad kuiert, kan zich moeilijk de bedrijvigheid voorstellen van dit industriecentrum, dat in de antieke wereld de draaischijf van de ertsverwerking was. Wat we nu zien verwijst eerder naar de dood en toch domineerde hier het leven.
Levenslust en vitaliteit zijn waarden die door de Etrusken in hoge mate gecultiveerd werden.

Boven op de heuvel ligt het huidige Populonia, nu een klein dorp op de plaats van de oude acropolis. Om meerdere redenen raden is het naar boven te gaan de moeite zeker waard. Zo hebt u vanaf de vestingtoren (let op de smalle, houten trap) een schitterend uitzicht over de golf van Baratti en Elba.
Het is een belevenis om te wandelen in de twee straten San Giovanni di Sopra en San Giovanni di Sotto tussen de kleine, typische huisjes.
In het museum kunt u enkele vondsten zien uit de necropolis, maar ook keramiek die uit Attica aangevoerd werd. Deze import vinden we in weinig andere Etruskische centra en verwijst naar de rijkdom van Pupluna. Laat evenwel duidelijk zijn dat de belangrijkste vondsten van de site zich bevinden in het archeologisch museum van Firenze (Florence).
Beneden in de dodenstad met de indrukwekkende graftomben zijn twee wandelroutes uitgestippeld: de via del ferro en de via delle cave.
Eén en ander werd in 1908 ontdekt onder bergen metaalslakken, die men opnieuw wilde gebruiken. Na de eerste wereldoorlog zette de recyclage van de eeuwenoude slakken zich voort tot het einde van de jaren vijftig.
Een rijk documentatiecentrum, dat voor een deel interactief werd ingericht, biedt de bezoeker veel informatie.