
Torino (Turijn) is een aristocratische stad. Op en top een salonstad. Iedereen die een uurtje door het centrum kuiert, zal deze stelling moeiteloos beamen.
Overigens kunnen uitstekende kwaliteiten toegedicht worden aan de trotse hoofdstad van Piemonte: pure charme, weelderige barok, groen en water, deftig en streng, residentie van de hertogen van Savoye.
Voetballiefhebbers weten natuurlijk dat hier het rumoerige 'Stadio delle Alpi' ligt van Juventus, het zwart-witte eskadron uit de Italiaanse calcio. Aanbidders van de automobiel weten wel dat Mirafiori het epicentrum van Fiat is. En hoeveel gelovige Christenen komen jaarlijks niet op bedevaart naar de Sindone, de al even omstreden als aanbeden Lijkwade?
Turijn lijkt nauwelijks op een andere Italiaanse stad.
Hoewel Iulia Augusta Taurinorum al dateert van 29 voor Christus, bleef er van de Romeinse kolonie amper iets over en ook van de middeleeuwen vinden we weinig terug. Bovendien is in Piemonte de Renaissance slechts met mondjesmaat aan bod gekomen, zodat de stad in de 16e eeuw weinig had om trots op te zijn.
Eén en ander kwam in een stroomversnelling, toen in 1563 hertog Emanuele Filiberto van het prestigieuze Huis van Savoye zijn hoofdstad verplaatste van het Franse Chambéry naar Turijn. Een goed begin.
In de 17e eeuw vond Carlo Emanuele II in abt Guarino Guarini een geniaal architect en stadsplanoloog, die een nieuwe, barokke stad ontwierp volgens een zeer rechtlijnig stratenplan met nieuwe paleizen, nieuwe kerken, nieuwe pleinen en parken. Guarini werkte met de precisie van een wiskundige.
De grote stadsvorming werd een schoolvoorbeeld van een bijna volmaakte symmetrie en heeft de huidige schoonheid bepaald. Het schitterende werk van Guarini werd voltooid door Filippo Juvarra, de al even knappe architect uit de 18e eeuw. Hij maakte van de stad een waar kunstcentrum van barok en rococo, pompeus en stijlvol, met meer uitstraling dan andere koninklijke hofsteden in Europa.
Het waren gouden eeuwen voor Turijn, dat hoofdstad van Italië werd tussen 1861 en 1865 met als eerste koning Vittorio Emanuele II. Een absoluut hoogtepunt.
Nog steeds is de sfeer van weleer te proeven achter een kopje koffie in één van de deftige cafés op één van de monumentale pleinen.
Zou het de sfeer zijn van de oude adel, wat droef en bedrukkend?
Hoe dan ook, zoek in Turijn geen centro storico, ons zo bekend overal elders in Italië, geen bochtige, smalle straatjes en middeleeuwse keien. Zoek niet naar de chaos van andere grootsteden, maar geniet van de gezelligheid in één of andere ouderwetse galleria.
In de 20e eeuw heeft Turijn zich ontwikkeld tot een belangrijk industrieel centrum. Ook vandaag is dat nog zo, hoewel het even buiten ons gezichtsveld blijft. In 1899 stichtte Giovanni Agnelli zijn Fiatimperium, de Fabbrica Italiana Automobili Torino, waardoor hij de belangrijkste werkgever van de regio werd.