
Triëst werd in de 1e eeuw voor Chr. een Romeinse kolonie en een belangrijke handelsstad. In de 10e eeuw kreeg de bisschop wereldwijde macht die direct omstreden was. In 1382 kwam de stad en het omliggende gebied in handen van de Oostenrijkse Habsburgers en bleef dat tot 1919. Daarna werd Triëst met Istrië aan Italië toegekend. In 1945 eiste Joegoslavië deze gebieden op, omdat de bevolking voor een groot deel Joegoslaven waren.
Pas in 1954 kwam er een definitieve oplossing, waarbij Triëst officieel Italiaans grondgebied werd. Triëst is een stad die tegen het Karstgebergte is opgebouwd.
De hooggelegen delen hebben hun oude uiterlijk deels behouden, het lagergelegen deel is een moderne stad.
De 18e eeuw was een gouden tijd voor Triëst, omdat het toen de havenstad van het machtige Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk was. Vele neoklassieke gebouwen in de stad zijn er getuige van.
Als men vanaf het noorden via de Corso Cavour de stad binnenkomt, stuit men eerst op het Canal Grande. Dit kanaal is in 1756 gegraven voor de vissers, die zo het handelscentrum konden binnenvaren. Aan het einde van het kanaal ziet men het fronton in Romeinse stijl van de San Antonio da Padova.
Het grootste plein van de oude stad is de Piazza dell'Unità. Aan de noordkant de Prefettura, het vroegere paleis van de regering van de Habsburgers. Hier tegenover het machtige paleis van Lloyd Triestino, de in 1832 als Oostenrijkse Lloyd gestichte scheepvaartmaatschappij. Aan de oostzijde het stadhuis.