
De Zuid-Limburgse metropool mag zich met recht de eretitel van 'oudste stad van Nederland' toe-eigenen.
In de omgeving zijn kampplaatsen gevonden van meer dan 250.000 jaar geleden. Vroegere bewoners zullen er in den lande niet geweest zijn.
De vroegste benaming Mosae Traiectum verwijst naar voorbijtrekkende Romeinen die een doorwaadbare plaats in de Maas vonden en er een nederzetting stichtten, die gesitueerd kan worden iets ten zuiden van de huidige Servaasbrug. Het oudste gedeelte van Maastricht ligt dus om en bij de Maas, de zone rond de huidige Stokstraat.
Het wat rechtlijnige en kleinschalige stratenpatroon, nu beschermd stadsgezicht, doet ons steevast denken aan een vroeg Romeins castrum, een versterking die het eerste houten bruggetje over de Maas moest beschermen.
Al in het begin van onze jaartelling evenwel werd door de Romeinen een eerste en waardige stadsversterking aangebracht. Dit Maastrichtse castellum groeide uit tot een strategisch punt langs de Via Regia, de niet onbelangrijke heirweg van Keulen naar Bavai.
In de derde eeuw na Christus werd de versterking volledig ommuurd. Wellicht om deze reden van extra veiligheid verplaatste bisschop Servatius in 380 zijn zetel van Tongeren naar Maastricht, dat zodoende de eerste bisschopsstad van Nederland werd. Later, meer bepaald in de achtste eeuw, verhuisde het bisschoppelijk hof naar Luik, dat zich gaandeweg zou ontwikkelen tot het prestigieuze prinsbisdom.
Tijdens de middeleeuwen ontwikkelde Maastricht zich tot een beduidende en invloedrijke handelsstad met een bloeiende lakenindustrie, die tot medio de 16e eeuw de ruggengraat en draaischijf bleef van het economische leven.
In de verdere voortgang van de geschiedenis deelde de stad, met vele andere lotgenoten in een woelig Europa, de status van onderworpenheid aan respectievelijk de Spanjaarden en de Fransen, wat vaak gepaard ging met vervolging, moord, honger, ziekte en emigratie.
Om en rond 1830, de periode van de Belgische Revolutie, kon alleen een vastberaden generaal Dibbets verhinderen dat de stad zich zou afscheuren van het strenge, protestantse noorden en aansluiting zou zoeken bij het nieuwe België.
Het vroegere generaalshuis is nu omgebouwd tot een keurige theaterzaal in het Vrijthof.
Toch verlieten in die jaren bijna duizend burgers de stad, onder hen vele intellectuelen, aangetrokken door de charme van het katholieke zuiden en de kansen op vrije meningsuiting.