
De hoofdstad van Karinthië is niet ver van de Wörther See verwijderd. Klagenfurt is de hoofdstad van Karinthië, gelegen op een vroeger doorwaadbare plaats in de Glan (vergelijkbaar furt met (Ox)ford en (Schwein)furt en (Coe)vorden). Ook daar ging het vroeger steeds om een doorwaadbare plaats in de rivier.
De stad heeft zo'n kleine 100.000 inwoners en ligt in het wijde Glantal.
Op last van Napoleon moesten (1809) de stadswallen van Klagenfurt gesloopt worden. Hun loop is nog terug te vinden in 4 straten, die met Ring worden aangeduid. Deze omsluiten de oude binnenstad, waar we diverse bezienswaardigheden vinden, zoals aan de Neuer Platz de Linwurmbrunnen. Deze drakenfontein herinnert aan de bovengenoemde oude legende.
In 1353 werd de schedel gevonden van een prehistorische neushoorn, die men als bewijs zag voor de juistheid van de sage. In 1590 kreeg het monster een monument.
Voorts vinden we op de Neuer Platz het Maria Theresia monument uit 1873 en op de binnenplaats van het raadhuis het beeld van de stenen visser (volgens de legende een visser die in steen veranderde, toen hij op een leugen werd betrapt).
Op de Alter Platz staat het Landhaus (1590), nauw verbonden met de geschiedenis van de stad. Door de beide torens en de arcaden lijkt het gebouw op een kasteel. J. Fromiller beschilderde de meeste van de 665 geestelijke en wereldlijke wapens in de Grote Wapenzaal, alsmede de meeste schilderijen. De 20 lege wapenschilden zijn ontstaan doordat de betreffende edelen het beschilderen niet konden bekostigen.
Aanvankelijk was St. Veit an der Glan de hoofdstad van Karinthië, maar toen deze stad zich te veel met het protestantisme vereenzelvigde, verhief Maximiliaan I in 1518 Klagenfurt tot hoofdstad en schonk de stad in eigendom aan de adel en de geestelijkheid. In de Kleine Wapenzaal van het Landhaus toont een muurschildering de Karinthische volksstemming van 1920. Deze was nodig omdat Joegoslavië na de Eerste Wereldoorlog niet alleen Kraïn en een groot deel van Karinthië wist te verwerven, maar ook nog met geweld Klagenfurt probeerde te veroveren.
Aan de Lidmanskygasse staat de in de 16e eeuw door protestanten opgerichte Domkerk. In 1604 kreeg de R.K. Kerk het gebouw weer in handen en in 1787 werd het bisschoppelijk kerkgebouw, dus Domkerk. Opvallend zijn 2 schilderijen van Daniël Grän (1752) die het hoogaltaar sieren, het altaarstuk van het zijaltaar is gemaakt door Paul Troger (1725).
In het Landesmuseum kan men een goed overzicht krijgen van Karinthië in de tijd der Romeinen, Karel de Grote en de middeleeuwen. De volkenkundige afdeling geeft een goed beeld van de levenswijze der vroege bevolking.