Dat Dornbirn met zijn 40.000 inwoners feitelijk een industriestad is valt nauwelijks te merken. De woonwijken zijn ruim opgezet, met nauwelijks hoogbouw en vele, vrolijk uitziende groenvoorzieningen.
Ook het centrum mag er wezen, met zijn ruime Marktplatz. Hier staat het Rote Haus, een vakwerkhuis uit de 17e eeuw dat zijn rode kleur dankt aan een authentieke streekverf, die gemaakt wordt van ossengal en ossenbloed.
Verder bevinden zich aan de Marktplatz de 19e-eeuwse Stadtpfarrkirche Sankt Martin en het Stadsmuseum dat een permanente expositie over de geschiedenis van Dornbirn bevat.
Hier zien we onder meer dat Dornbirn oorspronkelijk een landgoed is van het nabijgelegen klooster Sankt Gallen. Later zou het dorpje eigendom worden van de Habsburgers, totdat de burgerij zich in 1771 vrijkocht van haar lijfeigenschap. Haar huidige omvang en betekenis dankt de stad aan de opkomst van de textielindustrie in het begin van de 19e eeuw.
In de nabijgelegen Marktstrasse kunt u nog een bezoek brengen aan het Museum Vorarlberg Naturschau. Het museum biedt veel informatie over het ontstaan van het Alpenlandschap en over de flora en fauna die we er aantreffen.
In het hoger gelegen deel van de stad kunt u de kabelbaan nemen die u in zes minuten naar de top van de 976 meter hoge Karren brengt.
De kabelbaan eindigt bij een panoramarestaurant waar u onder het genot van een drankje of een hapje kunt genieten van een mooi uitzicht op het Rijndal en de Bodensee. Verder lopen er vanuit dit punt een aantal goed gemarkeerde wandelpaden die u terugbrengen naar Dornbirn, of juist verder de bergen in voeren.
Gaat u met de auto naar Dornbirn dan kunt u, een eindje stroomopwaarts, een bezoek brengen aan de Rappenlochschlucht, een 'romantische' diepe kloof waar het water wild doorheen stroomt. Gaat u nog verder stroomopwaarts dan komt u bij een stuwmeer, de Staufensee. Nog verder stroomopwaarts bereikt u de tweede natuurlijke bezienswaardigheid van Dornbirn: de Alplochschlucht, een waterval van maar liefst 120 meter.