
Weinig inwoners van Wenen zijn van Duitse afkomst, hetgeen blijkt uit het plaatselijke telefoonboek: bladzijden lang komt er soms geen Duitse naam in voor, maar des te meer Hongaarse, Poolse, Tsjechische, Slowaakse, Kroatische, Servische namen.
Dit is gedeeltelijk een gevolg van de ligging pal tegen het woongebied van Hongaren en Slavische volken en anderzijds heeft het te maken met het feit, dat de Habsburgse monarchie over al deze volken heerste en doordat Wenen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefende op vele mensen.
Deze smeltkroes van volken heeft een zeer bijzonder mens opgeleverd: de Wener, waarover Karl Krauss heeft gezegd: 'een wezen dat de wanorde tot levensinhoud heeft gemaakt en dat alleen uit slordigheid nog niet heeft opgehouden te bestaan'.
Zoals de meeste Oostenrijkse auteurs is Krauss in zijn oordeel over de inwoners van de hoofdstad nogal kritisch. De werkelijkheid is aanmerkelijk minder negatief, want geen Wener is hetzelfde. In tegendeel, daar de meeste Weners voor alles zichzelf willen zijn.