
De kathedraal staat daar, waar de Sueven die de Romeinen verjoegen al een burcht bouwden. De grondleggers van het nieuwe koninkrijk, steeds er op uit hun territorium te beveiligen, bouwden op deze door de steile hellingen versterkte plek de kathedraal als een vestingkerk.
Let maar op de gaanderijen met kantelen als haaientanden.

Terug naar de kathedraal, waar Henrique hoogstwaarschijnlijk gedoopt werd: de toevoegingen uit de tijd der barok hebben de serene ernst van het Romaanse begin en de elegantie van de gotiek geschaad. Er is geen sprake meer van eenheid, maar er is wel veel moois te zien. We noemen het roosvenster uit de 12e eeuw, de doopkapel, de crypte waar de bisschoppen van Porto begraven liggen en de kloostergang uit de 14e eeuw. Deze laatste is versierd met azulejos die scènes uit het Hooglied uitbeelden en verhalen uit de Metamorfosen van de Romein Ovidius. Dé blikvanger is echter het sacramentsaltaar. Alles is er van zilver, een eeuw lang hebben de zilversmeden van Porto (Uit de Rua de las Flores?!) er aan gewerkt.

Tijdens de invasie van Napoleons troepen, gerenommeerde plunderaars, heeft men alles met verf beschilderd om de glans van het zilver voor hen te verbergen: het was wit gekalkt om het op gips te laten lijken.
Het fraaie gebouw naast de Dom is het bisschoppelijk paleis. Ook dat werd ooit onteigend en een tijd als stadhuis gebruikt; nu heeft het weer zijn oude bestemming.

We verlaten na alle gotiek en barok ons 'kerkepad' en duiken links- of rechtsaf naar beneden, het schilderachtige en bonte Porto in.
'Naar beneden'....... we hebben het nog niet met evenveel woorden gezegd, maar vlak is het in Porto nergens.

De stad is nl. gebouwd tegen de steile helling die de Douro heeft geslepen. Het is maar goed dat de afstanden zo klein zijn. De straatjes, waar de was buiten voor de huizen wordt gedaan en daarna langs de muren wordt opgehangen, zijn hobbelig en getrapt, ze zijn smal en intiem; je hebt soms het idee, dat je er een gluurder bent.

Druk bevolkt, behoren ze duidelijk tot de armste wijken van de stad. Hoe groot die armoede is, lijkt moeilijk te schatten. De mensen, zeker de jongelui, gaan netjes gekleed, maar je wordt er ook aangeklampt door bedelende kinderen.