
De barokke flair van Porto is vertegenwoordigd in de Clerigoskerk. De toren, 75m of 250 treden hoog, domineert aan de horizon van Porto en is als het ware het merkteken van de stad. De kerk is van binnen veel vrolijker dan je aan de buitenkant vermoedt, afgezien natuurlijk van de wel heel barokke, paleisachtige trap aan de voorzijde.
Voorbij de universiteit zien we de twee Carmokerken, de oude, gebouwd rond 1620, en de 'nieuwe' uit 1756. De oude werd ooit geconfisqueerd. Het bijbehorende klooster is nu nog kazerne van de Nationale Republikeinse Garde. In beide kerken is schitterend Talhawerk te zien. Talha is de gewoonte, natuurlijk in de barok opgekomen, om fraai houtsnijwerk rijkelijk te vergulden. De nieuwe Carmo is in deze eeuw aan de oostzijde geheel bedekt met azulejos, die de intrede in een karmelietessenklooster uitbeelden.
Een andere bezienswaardige kerk is de Santa Clara. Al het kunstig gesneden hout, alle kroonlijsten en siermotieven van stuc glanzen er van het goud. De weelderige sfeer die de Talha in deze kerk oproept is een echo van het rijke verleden der religieuze orden in Portugal. Een reactie op dat rijke verleden is de confiscatie van kerkelijke goederen geweest; het bij de kerk horende klooster is nu gevangenis.