
Laten we de Baixa, de Benedenstad, maar nieuw Lissabon noemen. De in schaakbordpatroon gerangschikte straten, waarlangs zich schoenmagazijnen, parfumerieën, juwelierszaken, horlogerieën, speciaalzaken, souvenirwinkels, wijn en levensmiddelenwinkels aaneenrijgen, werden aangelegd na de aardbeving van 1755.

Markies de Pombal wilde graag de verschillende soorten handwerk in aparte straten bijeen brengen, zoals je dat ziet in oosterse bazaars. En zo noemde hij de ene straat Rua do Ouro en daar woonden de goudsmeden en de andere Rua dos Sapateiros, de straat van de schoenlappers enz.
Soms klopt het ook nu nog, maar in elk geval is hier het levendige hart van Lissabon met gezellige dwarsstraatjes, waar alleen voetgangers kunnen komen en waar je in de schaduw van een parasol je 'bica' (espresso) kunt drinken.
Hier zijn ook de grote fraaie pleinen met de bekende namen.