Hoewel Faro een belangrijke rol speelde in de Romeinse tijd, de Moorse tijd en de tijd van de grote ontdekkingsreizen, kan de stad slechts beschikken over een beperkt aantal monumentale bouwwerken.
De verklaring daarvoor dient gezocht te worden in het jaar 1755 toen een verwoestende aardbeving vrijwel alle gebouwen in de oude stad verwoestte. Slechts enkele gebouwen, zoals de kathedraal (door de Portugezen Sé genoemd) en het Clarissenklooster Igreja de N.S. da Assuncao konden na de ramp worden herbouwd.
Beide gebouwen behoren nu tot de belangrijkste bezienswaardigheden. In het klooster is ook het archeologisch museum gevestigd.
Faro is met 30.000 inwoners de economische hoofdstad en het bestuurlijk centrum van Algarve.
Van oudsher is het een havenstad, maar die ontwikkeling stokte doordat de haven in de loop der eeuwen dichtslibde.
Wie op de kaart kijkt ziet dat zich voor Faro inmiddels een compleet moeras uitstrekt. De vaargeulen die de haven met de oceaan verbinden zijn alleen geschikt voor kleine boten met een geringe diepgang. Dit veroordeelt de haven van Faro tot een klein, zij het pittoresk, bestaan.
Compensatie voor de stad kwam er in de jaren zestig toen het vliegveld werd aangelegd. Faro is daarmee de 'overslaghaven' geworden voor de meeste toeristen die Algarve bezoeken.
De scheepvaarthistorie van Faro en de rest van Algarve wordt op een aardige manier neergezet in het scheepvaartmuseum Museo Marítimo Ramalho Ortigão. Behalve de ontdekkingsreizen komt hier ook de visserij aan bod.
Faro heeft een mooi winkelcentrum, maar de infrastructuur is niet aangepast aan de groei van het aantal inwoners, zodat ook hier het verkeer vaak een 'ramp' is.