
Tussen Tomar en Batalha, op het onherbergzame plateau van de Cova da Iria, ligt Fatima.
Fatima is een Arabische meisjesnaam en het dorp zou van Arabische oorsprong zijn. Bij de katholieken heeft de naam Fatima wel een heel andere klank gekregen en in heel de wereld is het bekend geworden als een tweede Lourdes.
Historie
In 1917, op 13 mei hadden drie kinderen, de tienjarige Lucia dos Santos en haar jongere neef en nicht, Francesco en Jacinta Marto, een hemelse verschijning die zich aan hen bekendmaakte als de moeder Gods. Elke dertiende van de maand tot en met oktober herhaalde zich dat en steeds meer mensen vergezelden de kinderen op die dagen naar de Cova. Bij die gelegenheden maande de 'Virgen do Rosario', de Maagd van de Rozenkrans, telkens tot vrede en bekering. Op dertien oktober, de dag van de laatste verschijning, zouden 70.000 mensen 'Lo Milagro do Sol', het zonnenwonder, hebben gezien, waarbij het leek alsof de zon een vuurbal was die aan de hemel rondzwaaide.
Sindsdien zijn de pelgrims blijven toestromen en op hoogtijdagen zijn er mensen van alle ras en kleur om er te bidden of te kijken.
Modernisering
Natuurlijk is er van het oude Fatima weinig over. Er is een nieuw stadje gegroeid, vol hotels, restaurants en winkels. Er zijn kloosters gebouwd en hospitalen; er staan al veel monumenten en er is een wassenbeeldenmuseum dat de geschiedenis vertelt van de verschijningen.
Op de hoogtijdagen maken de Portugezen van de bermen langs de toegangswegen één grote picknickplaats, de verkeers- en parkeerproblemen zijn soms gigantisch. Van de oorspronkelijke plaats der verschijningen heeft men getracht een oase van rust en gebed te maken. Men heeft er een besloten plein aangelegd, tweemaal zo groot als het Sint Pietersplein in Rome. Een lelijke neo-barokke basiliek (architect was de Nederlander van Krieken) met links en rechts een zuilengalerij sluit het plein aan een kant af.
Verschijningen
Een schildering op het hoofdaltaar beeldt de verschijning uit, de schilderingen op de zijaltaren de zogeheten 'geheimen van de rozenkrans' (driemaal vijf punten van overweging bij ieder 'tientje' van de rozenkrans). In de kerk bevinden zich o.a. de graven van Jacinta en Francesco, die beiden zeer jong gestorven zijn. (Lucia leeft nog onder de naam Lucia de Jesús in een Carmelitessenklooster in Coimbra; enkele jaren geleden zijn haar memoires gepubliceerd.)
Op het plein staan daar, waar de verschijningen hebben plaats gehad, een herdenkingskapel en een hoge eik. Het is ontroerend te zien hoe sommigen hun soms verre pelgrimages afsluiten door met een kaars in de hand honderd en meer meter op de knieën naar de kapel te kruipen, al of niet vergezeld van hun man of vrouw, vrienden of kinderen. Het geloof van al die mensen wekt ontroering en leidt tot devotie.