Om te beginnen het Praça do Giraldo.
Giraldo Sem Pavor (Zonder Vrees) was een roofridder die in een onbewaakt ogenblik de stad op de moren veroverde en deze daarna aan zijn koning schonk. Zo ontsnapte hij aan de strop die hij eigenlijk verdiende.
Hij staat in het stadswapen tussen twee hoofden, n.l. dat van de sultan en het hoofd van diens dochter, die hij na de verovering van de stad liet terechtstellen.
Op het prachtige plein is trouwens veel bloed gevloeid; de opstandige hertog van Bragança bijvoorbeeld werd hier onthoofd en de Inquisitie liet hier honderden mensen terechtstellen.
In de Rua 5 de Outubro ziet u alle aardewerk, koperwerk, fantasierijk beschilderde houten spulletjes en producten van kurk, die typerend zijn voor de Alentejo.
Behalve het museum van Évora (oudheid en schilderijen) bevindt zich aan het tempelplein de kapel van Joâo Evangelista in het Convento dos Loios.
Het klooster is tegenwoordig, zoals zo vaak, een pousada, maar een wachter opent wellicht voor u de kapel, want de azulejos zijn schitterend, vooral in het morgenlicht.
Ook de kathedraal is een bezoek waard. Het portaal van de kerk is sober, de beelden volks, de witte lijnen van de mortel in de zuilen, bogen en plafonds maken er de sfeer niet bepaald ingetogen, eerder onrustig; de kruisgang echter is vredig, een gotieke hemel.
In een van de plompe torens is een rijke schatkamer weggestopt.
De oude jezuïetenuniversiteit maakt nu deel uit van de universiteit van Évora. De muren daarbinnen zijn betegeld met een zeldzame verzameling azulejos uit de 16e, 17e en 18e eeuw; de kruisgang wordt door sommigen de mooiste van Portugal genoemd.
Het Largo da Porta de Moura is een bezoek waard. De Renaissancefontein en de voorname huizen aan de noord- en zuidkant dateren van de 16e eeuw, maar de huizen herinneren sterk aan Moorse tradities.
Évora kent een wirwar van schilderachtige straatjes en veel monumenten: een dromerig schilderij van het verleden, maar evengoed een stadje waar het moderne Portugal zich nadrukkelijk meldt.