
Het plaatsje heeft een grandioos strand, dat aan de noordkant wordt afgesloten door een honderd meter hoge klip; een prachtig gezicht vanaf beneden en vanaf hoog daarboven (de Sitio).
Sinds de zestiger jaren is het ontdekt door de toeristen en niet alleen door de zonaanbidders.

Hier zag je bontbeschilderde vissersscheepjes met hoge voorsteven, zoals de oude Phoeniciërs ze al maakten. De bootjes werden bij thuiskomst door het halve dorp opgewacht en aan land getrokken, eerst met de hand, later met de tractor.

Ook de netten die dicht bij de kust waren uitgeworpen werden letterlijk met man en macht aan land gesleept. Terwijl de mannen in hun broeken van geruite wollen stof en met grote zware puntmutsen op het hoofd daarna de vangst bespraken, begonnen de vrouwen op het strand aan het sorteren van de vis; de ouderen onder hen in donker laken gekleed, de jongeren met wel zeven onderrokken aan, afgezet met gekleurde kant.

Op die schilderachtige taferelen zijn de toeristen in steeds grotere getale afgekomen en mede daardoor heeft Nazaré veel aan bekoorlijkheid ingeboet. Nu is er nog weinig van die bedrijvigheid te zien, omdat er aan de buitenkant van het dorp een moderne haven gebouwd werd.

´s Zomers, in militair gelid en dicht opeen, staan honderden strandtentjes te huur. De straatjes met de witte vissershuisjes staan volgepakt met geparkeerde auto's en overal zitten de vrouwen met borden in de hand waarop zij te kennen geven kamers vrij te hebben of 'pensôes', soms zelfs - zéér bijzonder - 'met parkeerruimte'.
Toch is het er wel gezellig, zeker in de eethuisjes aan de waterkant.