...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Tomar - het Convento do Cristo

Het kasteel en het klooster van de tempeliers worden beschreven in Umberto Eco's roman, 'De Slinger van Foucault'.
Een geliefkoosd thema van veel andere romans waren de riten en andere geheimen van de tempeliers, hun leven (drinken als een tempelier!) en hun schatten die nog steeds ergens in de aarde begraven zouden liggen.

Hoewel veel van de luxe en (gouden) uitrusting is verdwenen, is het kasteelklooster nog steeds indrukwekkend. De ingangspoort, de Porta Principal, is meteen een schitterend begin. Een Spanjaard zorgde voor de Platerescostijl, dat betekent dus reliëfwerk zo fijn als zilversmeden dat op hun kunstwerken aanbrengen.
U komt daarna meteen in de oude Tempelierskerk. Naar vast gebruik bij de orde is hij rond, zoals de Heilig Grafkerk in Jeruzalem. Daarbinnen staat in het midden wat heet de 'Charola Dos Templarios', een koepel die gedragen wordt door acht zuilen rond het hoogaltaar.
De idee voor dit bouwwerk en voor de versiering van de koepel hebben de tempeliers uit het byzantijnse oosten meegebracht. Men vertelt (legende?) dat zij zich tijdens de diensten te paard rond deze charola groepeerden.

Al heel lang wordt gewerkt aan de restauratie van de charola en men zal daar voorlopig nog wel mee bezig zijn. Maar vrijuit kunt u wandelen langs de verblijven van de ridders en vooral langs de zeven kloostergangen. De mooiste daarvan is wel het Claustro dos Filipes. Op het einde van de 16e eeuw, ten tijde van de Spaanse overheersing werd het in een prachtige vorm van renaissance gebouwd. In de ruimtes eronder zouden de ridders hun initiatieriten hebben gehouden en zou de Inquisitie gemarteld hebben. Maar het allermooist is toch wel de buitenkant van kapittelzaal en hoogkoor. Vanaf de Claustro de Santa Barbara kunt u het wereldberoemde venster van de kapittelzaal bekijken. Het is het beste voorbeeld van de Manuelstijl. Beneden het raam ziet u een menselijke gestalte; sommigen zien er een zeeman in en zien boven zijn hoofd de wortels van de kurkeik. In de veelheid van vormen onderscheidt u verder gemakkelijk scheepstouwen, ankers, masten en schelpen. De vruchten zouden de artisjokken zijn die op de schepen werden gegeten tegen de scheurbuik (vitamine C).

De Orde van de Kouseband en die van het Gulden Vlies, beiden aan Prins Hendrik de Zeevaarder gegeven, worden voorgesteld door een band en een ketting boven aan de masten langs het venster. Daartussenin hangt het blazoen van Manuel I met koningskroon; links en rechts een armillairsfeer, een astronomisch instrument en symbool van de zeevaart (en van grootheid van Portugal!).

Maar boven alles torent het Christuskruis van de Ordo de Cristo, waarmee de symboliek wel voltooid is.