
Het Alhambra, dat is voor iedereen 'Granada'.
Er is veel over geschreven, er bestaan films over en schitterende fotoboeken, maar al hebt u alles gelezen en al hebt u het vele malen gezien, het blijft een sprookje, een sprookje uit 'Duizend en één nacht'. U zult het nooit vergeten.
Het Alhambra staat voor heel veel: vooreerst voor het Alcazaba, de oude vesting met zijn machtige torens; vanaf één ervan hebt u een schitterend uitzicht over de paleizen, over de tuinen, over geheel Granada en de Sierra Nevada.
Dan is daar het Alcázar, het koninklijk paleis (beter gezegd paleizen) met de Myrthenhof, de Leeuwenhof en alle andere hoven en poorten, met de schitterende stalactietplafonds en de azulejos (wandtegels). Arabischer kan het niet.
Plotseling staat u dan voor het paleis van Karel V.
Natuurlijk detoneert hier dit classicistische bouwwerk van een leerling van Michelangelo. Maar dat is wellicht ook de bedoeling geweest van de nieuwe machthebbers: als uit een andere wereld en van een andere, nieuwe, tijd zetten zij het daar neer, streng en rationeel, maar ook evenwichtig mooi tegenover de dromerige Spielereien van een stervend sprookje.
Het paleis herbergt overigens twee musea.
En tenslotte komt u in De Generalife, het buitenverblijf van de emirs, met zijn paradijselijke en dromerige tuinen vol fonteinen, vol bloemen.
Als u al dat moois hebt gezien, zult u begrijpen dat een Arabische dichter op één van de binnenhoven durfde te schrijven, dat zelfs Allah deze schoonheid niet zou willen (!) evenaren.