
In 711 landden de Moren bij Gibraltar, trokken dwars door Spanje tot diep in Frankrijk, waar ze eerst in 732 bij Poitiers werden tegengehouden en teruggeslagen door Karel Martel.
Heel snel al, zij het aanvankelijk op bescheiden schaal, beginnen de christenen aan de Reconquista, de 'herovering'. Pas bijna 800 jaar later, in 1492, zijn de moren geheel verslagen.
In het kader van deze voortdurende strijd bouwt ene Diego Porcelos in 884 een burcht op een hoogte die al vaak van veroveraars is gewisseld en dat is het begin van Burgos. Spoedig wordt het de hoofdstad van het graafschap van graaf Fernán González, dan de eerste hoofdstad van het nieuwe Spaanse koninkrijk Leon en Castilië tot 1492.
En dat is in ieder geval het eerbiedwaardige van Burgos.
Met veel gevoel voor de historie wordt hier in 1936 in het klooster de las Huelgas Reales de regering van de opstandelingen geïnstalleerd, anders gezegd: de junta van Franco.
Deze laatste wordt daarna uitgeroepen tot leider ofwel Caudillo.
Een wat romantischer naam is die van Rodrigo Diaz, ofwel El Cid. Geboren in 1040 in de buurt van Burgos, was hij al jong heel beroemd als dapper ridder en legerleider. Hij verrichtte talloze heldendaden in de strijd tegen de moren, werd door zijn koning verbannen, streed voor de moren en werd, toen zijn koning hem noodgedwongen had teruggeroepen, weer de schrik van de nationale vijand.
Na een eerste gedicht over hem, El Cantar Del Mío Cid, uit de 12e eeuw is er heel veel over hem geschreven en gedicht en nog meer 'verdicht'. En zo is hij nu één van Spanjes nationale helden, wiens naam u in Burgos natuurlijk veel zult tegenkomen.