
In het Cáceres van de 13e eeuw voerden rijke kooplieden en edelen een ware machtsstrijd die zich uitte in de bouw van steeds immensere paleizen. De vrijhandelsstad die haar bewoners enorme rijkdom had gebracht werd in toenemende mate het toneel van vetes, totdat in 1476 op last van koningin Isabella en Koning Ferdinand de gebouwen moesten worden afgebroken.
De gebouwen die men er nu aantreft, dateren dan ook van na die tijd en getuigen van de terugloop in welvaart die sindsdien optrad.