
Alcaņiz ligt tegen een heuvel te midden van boomgaarden en olijfbosjes. Deze streek staat bekend om de productie van zeer goede olijfolie, en om de almendrados, een zoete amandelpasta. Van een afstand ziet men twee gebouwen boven de stad uit rijzen. Het ene is het Castillo de los Calatravos, het andere is de Excolegiata de Santa Maria la Mayor.
Men komt het kasteel (Castillo de los Calatravos) binnen via een grote robuuste boog. Achter deze boog zijn nog fortificaties uit de moorse tijd. De oudste gedeelten van het kasteel dateren uit de 12e en 13e eeuw: de Romaanse kapel, de voorgotische kloosterhof en de gotische Torre del Homenage (huldigingstoren). Tijdens de Reconquista werd het een kasteel-klooster van de militaire orde van Calatrava. Thans is het in gebruik als parador. In het kasteel zijn nog veel middeleeuwse fresco's te bewonderen. De afbeeldingen zijn zeer gevarieerd van onderwerp, zoals religie, begrafenis, geschiedenis, ridders, troubadours, enz. afhankelijk van de plaats en de omgeving waar ze zijn aangebracht. Men vindt ze in de huldigingstoren, de kapel en het binnenhof.
Van de oorspronkelijke 14e-eeuwse kerk 'Excolegiata de Santa Maria la Mayor' rest nog de gotische klokkentoren, die nu is opgenomen in de linker zijgevel van de huidige barokke kerk, die door zijn afmetingen de indruk wekt van een kathedraal. Het kolossale barokke portaal is daarmee in overeenstemming, evenals de proporties van het altaar.
Links van het bordes voor de kerk ligt het Plaza de Espaņa met La Lonja, het oude beursgebouw. Dit 15e-eeuwse gebouw is een evenbeeld van de Italiaanse loggia's uit diezelfde tijd. De voorgevel bestaat uit een portaal met drie slanke puntige bogen, met daarboven een arcadegalerij met halfronde bogen en een brede overstekende dakrand. Momenteel is het gebouw in gebruik als openbare bibliotheek en conservatorium.
In de Calle Mayor om de hoek is onder La Lonja het Oficina de Turismo gevestigd. In dit kantoor is ook de ingang van een middeleeuws onderaards gangenstelsel. Het bestaat uit een samenstel van onderaardse galerijen en gangen die volgens oude documenten de verbinding vormden tussen het kasteel, de kerken en de belangrijkste gebouwen van de stad.
Een klein gedeelte is voor het publiek opengesteld en bestaat uit een paar gangen en twee tamelijk grote ruimten; de Bodega met een kleine expositie over oude Alcaņiz en de Nevera. Deze laatste was een opslagplaats voor sneeuw en ijs dat er tijdens de winter in werd opgeslagen en in de zomer gebruikt voor het conserveren van voedsel en voor ziekenhuizen. De afmetingen van de Nevera zijn 20 meter lang, 4 meter breed en 4 meter hoog. In de bodem zijn goten uitgehakt die dienden om het smeltwater af te voeren naar een centrale put.
Haaks op La Lonja, op de Plaza de Espaņa, staat het Ayuntamiento, het raadhuis. Dit werd in de 16e eeuw in de classistische stijl gebouwd. De vensters in de voorgevel zijn voorzien van frontons, met in het midden een mooi uitgevoerd stadswapen. De bovenste verdieping is ook weer voorzien van een voor Aragón karakteristieke bogengalerij en een brede overstekende houten dakrand. De zijkant van het gebouw vertoont mudéjar-elementen.