...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

De legende van de 'hoofd'stad Huesca

Huesca werd in 1096 op de moren heroverd door Pedro van Aragón. De plaats bleef tot 1118 de regeringszetel van het koninkrijk Aragón. Daarna werd deze verplaatst naar Zaragoza. Huesca is nu de hoofdstad van de gelijknamige provincie. In het oude centrum staat de gotische kathedraal uit circa 1500. Voor de westgevel is een ongewone houten galerij, in mudéjar-stijl gebouwd. Het albasten altaarstuk is het pronkstuk van de kathedraal.

Tegenover de kathedraal staat het renaissancistische stadhuis. Daarbinnen hangt op de eerste verdieping La campana de Huesca, een 19e-eeuws schilderij dat de gedenkwaardigste gebeurtenis uit de geschiedenis van de stad uitbeeldt: de onthoofding van een groep oproerige edellieden.
Volgens de legende moest Ramiro, die als monnik in een Frans klooster verbleef, terug komen naar Aragón om zijn broer, die kinderloos gestorven was, op te volgen op de troon van Aragón, als koning Ramiro II. Toen hij echter in Huesca arriveerde waren de edelen niet bereid hem te gehoorzamen, omdat zij dachten dat een monnik geen goede koning zou kunnen zijn. Omdat Ramiro niet goed raad wist met de situatie, stuurde hij een boodschapper naar zijn abdij in Frankrijk om de abt om raad te vragen. Daar aangekomen nam de abt de boodschapper mee naar de moestuin en zei dat hij hem geen antwoord zou geven, maar dat hij aan koning Ramiro alles moest vertellen wat hij gezien had. De abt pakte daarop een mes en begon links en rechts een aantal kolen af te snijden. Toen de boodschapper Ramiro vertelde wat hij gezien had, begreep deze meteen wat hem te doen stond.
Ramiro liet bekend maken dat hij een klok zou laten gieten die zo groot was dat hij zou weerklinken over heel het koninkrijk. Hij nodigde alle edelen uit om daarbij tegenwoordig te zijn. Toen de eerste edele arriveerden verwelkomde hij ze in een sombere kelder in zijn paleis, waar ze terstond werden onthoofd. Hij liet hun hoofden in een cirkel op de grond leggen en een hoofd werd in het midden met een touw aan het plafond gehangen. Dit was de klok van Aragón. De resterende edelen sloegen angstig op de vlucht en daarna heeft Ramiro met hen totaal geen last meer gehad.
Tijdens kantooruren is het stadhuis toegankelijk en op verzoek mag men in de zaal waar het schilderij hangt, dat haast een hele wand beslaat.

Het Archeologisch-Provinciaal-Museum was eerst achtereenvolgens een moorse vesting, het paleis van de koningen van Aragón en een literaire universiteit. Enkele middeleeuwse ruimte zijn nog bewaard gebleven zoals de troonzaal en de kamer van prinses Petronila, de dochter van Ramiro II en erfgename van de kroon van Aragón, die door haar huwelijk Ramón Berenguer IV, graaf van Barcelona, de aanzet gaf tot het samengaan van Aragón en Catalonië in de Kroon van Aragón. Verder is er ook nog te zien de bewuste kelder van de 'Klok van Aragón'.