
De ligging is fascinerend.
Drie bruggen over de Tajo verbinden de twee delen van de stad. Het noordelijk deel heet 'El Mer-Cadillo', 'marktplaats'. Pas (!) gebouwd in de Middeleeuwen en nu redelijk modern.
Het zuidelijk deel heet 'La Ciudad', 'de stad', een wijk vol herinneringen aan de alleroudste tijden.

Van die drie bruggen is de Puente Nuevo de meest spectaculaire. U kijkt in een werkelijk afzichtelijke diepte! De architect van de brug moet een kleine bevlieging van sadisme hebben gehad, toen hij midden op de brug onder het wegdek een ruimte bouwde voor een gevangenis. Alleen het noodlot overtrof hem; bij de bouw verstapte hij zich en verdween in de diepte.
Het Plaza de Toros is niet alleen een architectonisch juweeltje, maar aan dat plein staat ook De Arena. Het is een elegant barok bouwsel. Het is op één na de oudste van Spanje en, zoals al gezegd, daar heeft de wieg gestaan van het authentieke en zuivere stierengevecht.

Ronda heeft de dynastie van de Romeros voortgebracht, een familie die in de 18e eeuw het stierengevecht van een bloeddorstige volkssport maakte tot een 'kunst', onderworpen aan regels en rituelen.
Dichters en romanschrijvers, zoals de Spanjaard Garcia Lorca en Hemingway, de Amerikaan, bezochten de arena vaak en deden er inspiratie op.


Achter het hek, dat daar dichtbij de toegang vormt tot de Alameda Tuinen, staat het beeld van de beroemdste der Romeros Pedro.
Maar u moet de tuinen zeker verder binnenwandelen, omdat de wegen erin naar een wonderschoon uitzicht over het dal leiden. De Duitse dichter Rilke was er diep van onder de indruk.
Er is nog meer te zien aan deze noordkant, al waren het alleen maar de witte straten met hun Andalusische huizen en de charmante pleinen.
Maar aan de zuidkant wacht u 'La Ciudad'!


