...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

De ontwikkelingen van Toledo


Stelt u zich voor: een reusachtige granieten rotsheuvel in een scherpe bocht van een rivier die deze grotendeels omsluit... voor elk volk dat zich veilig wil vestigen een gedroomde plaats.



Zo gauw het licht van de geschiedenis opgaat, zien we ze dan ook komen: de Iberiërs, in dit geval Karpathiërs, die er onmiddellijk hun hoofdstad van maken, de Carthagers en dan de Romeinen, die de plek Toletum noemen. Zij bouwen op de top van de heuvel een castellum, een fort, het latere Alcázar. Maar één van de nieuwe, jonge volkeren, de Alanen, gooien hen er toch uit; en die worden op hun beurt weer verdreven door de Westgoten.
De koningen van dit volk bekeren zich tot het katholicisme en in Toledo wordt dan al in 589 een concilie gehouden, het derde in de geschiedenis van de kerk. Dat concilie verenigt Spanje onder één godsdienst en Toledo's rol als invloedrijke aartsbisschoppelijke stad is begonnen.
In 711 wordt Toledo Tolaitola, want dan hebben de Arabieren zich er meester van gemaakt en Córdoba neemt de eerste plaats over.

Maar de stad blijft wel bloeien; de Arabische machthebbers blijven lang verdraagzaam en joden, christenen en Arabieren leven in welvaart en goede verstandhouding samen. Totdat diezelfde machthebbers hun oog begerig laten vallen op de rijkdom van de joden... Dan zijn het die joden die de koning van Castilië Alfonso VI te hulp roepen. En deze verovert in 1085, samen met El Cid, de stad.

Toledo begint dan aan een ongekende periode van bloei. Joden, christenen en Arabieren blijven er eendrachtig samen leven en werken. Wanneer het moorse rijk in het zuiden verder ineenstort, vestigen zich veel moorse geleerden en kunstenaars in Toledo vanwege dat klimaat van verdraagzaamheid.
De stad wordt een centrum van cultureel leven, een smeltkroes van drie beschavingen met een speciale school voor vertalers, gesticht door koning Alfonso X, en een schitterende kathedraal, gebouwd door Ferdinand III de Heilige, en kardinaal Ximénez.

Aan het einde van de 15e eeuw verandert dit schouwspel. Geheel Spanje is weer in Spaanskatholieke handen. De onverdraagzaamheid groeit jegens joden en Arabieren. Pogroms worden een gewoon verschijnsel en de Inquisitie richt haar brandstapels op. Joden en Arabieren kunnen kiezen tussen doopsel of verbanning. Wie geen Morisco wordt (bekeerde Moor) of geen Converso (bekeerde jood), gaat er uit. Alleen al 150.000 joden verlaten het land.
Met al deze mensen verdwijnen kundige bouwmeesters en begaafde ambachtslieden, grote geleerden en... bankiers. De bloei is ten einde, het verval begint. Als de steden in opstand komen tegen de beperking van hun rechten door de 'vreemdeling' Karel V, gaan de Toledanen voorop onder leiding van Juan de Padilla en zijn vrouw Maria Pacheco.
Wanneer die strijd is gestreden en... verloren, maakt Filips II Madrid tot zijn hoofdstad en de neergang gaat snel door. In de 17e eeuw telt Toledo nog maar de helft van het aantal inwoners van een eeuw tevoren.

In onze dagen, ondanks een niet aflatende stroom toeristen, worstelt de stad nog steeds met een grote economische achterstand en met de dientengevolge loodzware taak het erfgoed van het verleden in stand te houden.