
In het dal Cuelgamuros, dicht bij El Escorial, staat nog een monument.
Maar als de oordelen over El Escorial al uiteenlopen van 'het Mekka van de Spanjaard' tot 'de katafalk van het Spaanse imperialisme', dan kan men het nodige meningsverschil hier zeker verwachten. Immers El Valle de los Caídos, De Vallei van de Gevallenen, is een monument voor de gesneuvelden in de laatste burgeroorlog en tegelijk het graf van 40.000 soldaten en twee van hun leiders. Maar dat zijn dan wel de soldaten van de ene partij, de Nationalisten, en het zijn de leider van de fascistische falange, José Antonio Primo de Rivera en de opperbevelhebber van het rebellerende leger, Francisco Franco y Bahamondes, later 'El Caudillo', 'de leider'.

Het monument is zeer tijdgebonden. Voor de ene Spanjaard is het een dierbare plek, is het 'zijn' monument, waarop geen kritiek mogelijk is; de andere noemt het 'dictatorkolossalisme'... De tijd zal de nodige afstand scheppen voor een evenwichtig oordeel.

Het monument omvat een in de rotsen uitgehouwen kerk, de Basilica de Santa Cruz, een esplanade en, typerend voor de Spaanse traditie, een klooster. Boven de kerk torent, 150 meter hoog, een kruis. Verder staan er bij het monument vier imposante zuilen, de 'Juanelos', eens bestemd voor het Escorial... Ze passen voortreffelijk in die nieuwe omgeving.
Het mooiste van alles wat hier te zien is zijn zeker de gobelins in de kerk en ook die zijn eeuwenoud. Ze werden in 1540 in Brussel gemaakt; geweven van goud- en zilverdraad, van wol en zijde, zijn ze duidelijk geïnspireerd op de Apocalyps van Dürer.