
Boven het stadje uit torent de gotische kerk Santa Maria, in renaissancestijl gerestaureerd. Er zijn nog eeuwenoude houten huisjes met rode daken.
In de hoofdstraat Calle Mayor staan oude huizen met glazen erkers en balkons, versierd met heel grote stenen wapenschilden. Het stadje was vroeger van groot strategisch belang.
In 1638 kwam er een onverwacht einde aan een belegering en men veronderstelde, dat dit feit te danken was aan de bijstand van de Heilige Maagd van Guadelupe. Er werd een kerk aan haar gewijd, die ten westen van het stadje staat. Hierin is een altaar met verguld blad en een beeld van de genoemde heilige. Dit beeld is omringd door scheepsmodellen en voorwerpen uit de scheepvaart.
Het kasteel, tevens vesting, dateert uit de 12e eeuw en is door keizer Karel V voltooid in zijn huidige vorm. Het diende als paleis en als burcht tegen de vele aanvallen vanuit Frankrijk. Veel vorsten en vorstinnen hebben hier gelogeerd.
Het oorspronkelijke binnenhof is bewaard gebleven mét de waterput, die garnizoen en bevolking van water moest voorzien tijdens de vele belegeringen. Later werden burcht en paleis ingericht als hotel en nu is het een staatshotel: Parador Nacional.
In het stadje bevindt zich de kerk Santa Maria de la Asunción, van oorsprong gotisch, in de 16e eeuw verbouwd, waardoor er Renaissancekenmerken aan werden toegevoegd. In juni 1660 vertegenwoordigde hier een Spaanse minister de Franse koning Lodewijk XIV om bij volmacht te trouwen met Maria Theresia. Later werd het huwelijk officieel gesloten in Saint-Jean-de-Luz. Het was een politiek huwelijk, zoals in die tijd gewoonte was en het bezegelde de vrede tussen Frankrijk en Spanje, die een dag na het huwelijk bij volmacht werd gesloten.
De straten van Fuenterrabía hebben Baskische namen en veel mannen dragen nog de traditionele Baskische rode baret.