...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

Stadsgezicht Barcelona


Aan de zuidkant van Barcelona verheft zich een heuvel, de Montjuïc, die waarschijnlijk het oudst bewoonde gedeelte van de stad is geweest. Er zouden in de oudheid Iberiërs en Phocaeërs gewoond hebben. De naam is wellicht een verbastering van Mons Jovis, wat er op zou duiden, dat er vroeger een aan Jupiter (Zeus) gewijde tempel heeft gestaan. Om zijn strategische ligging heeft de heuvel lang een verdedigende functie gehad. In het midden van de 18e eeuw verrees het Castell de Montjuïc, dat nog tot 1962 in dienst van het leger was. Daarna werd het een militair museum.

Ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling in 1929 zijn er Franse tuinen aangelegd. Er is een Jaarbeursterrein, er zijn musea, sportcomplexen en een amusementspark.
Voor de Olympische Spelen van 1992 is er aan de bestaande gebouwen en complexen weer heel wat gerenoveerd en uitgebreid.

Sinds de uitbreidingsplannen voor Barcelona hun beslag hadden gekregen is de stad een dimensie rijker geworden: vroeger had Barcelona haar rug naar zee gekeerd, nú heeft ze zich omgedraaid, zegt men. Oude pakhuizen zijn afgebroken om een royaal zicht over de havens te krijgen.
Het verlaten industriegebied is omgetoverd in het Olympische Dorp en tonnen zand zijn aangevoerd voor het maken van kilometers strand. De vroegere scheepswerven, 'Drassanes' (of 'Atarazanas'), die bijdroegen aan de macht van de Catalaanse marine en handelsvloot in de middeleeuwen, zijn nu het belangrijkste monument in het havengebied. De uitgestrekte, in de 14e eeuw gebouwde hallen, waar destijds galeien en zeilschepen werden gebouwd, herbergen nu het Scheepvaartmuseum. Er tegenover staat het monument voor Colombus.

De stad eert hem als een van haar grote zonen, hoewel hij zijn enige contact met Barcelona in 1493 had na zijn terugkeer van zijn eerste reis naar de Nieuwe Wereld en hij in het koninklijke paleis werd ontvangen door Ferdinand van Aragón en Isabella van Castilië.

Bij het standbeeld eindigt de beroemdste promenade van het Middellandse Zeegebied: de Ramblas, een keten van 5 achter elkaar liggende avenues, waar veel meer ruimte voor voetgangers is dan voor het overige verkeer.
'Rambla' is het Arabische woord voor rivierbedding. Het was de bedding van een riviertje, dat vanaf de Collserola-heuvels buiten de stad stroomde. Tussen de 15e en 17e eeuw werden er verscheidene klooster- en universiteitsgebouwen neergezet. Het werd écht een promenade nadat, in de 18e eeuw, de rijen bomen geplant werden.

De 1200 meter lange Ramblas beginnen bij het Plaça de Catalunya en heten achtereenvolgens:
De Rambla de Canaletes, naar de oude fontein die daar staat. Aan beide zijden vindt men veel boekenstalletjes.
Dan de Rambla des Estudils met als bijnaam 'Rambla des Ocells' (van de vogels), naar de spreeuwen die altijd in de bomen zitten en een soort vogeltjesmarkt die er gehouden wordt. Tot 1714 stond de oude universiteit, de Estudi General, aan het begin van deze Rambla.
Daarna komt de Rambla de les Flors met zijn iedere dag wisselend feestelijk kleurenpalet van de bloemenstalletjes. Even verderop is de schilderachtige markt van Barcelona, de overdekte Mercat de Sant Josep (of de la Boqueria). Op deze markt is werkelijk van alles te koop.
Het plaveisel van de Pla de la Boqueria, aan het begin van de Rambla del Centre (of des Caputxins) is versierd met een mozaïek van Joan Miró.
Let tijdens het flaneren ook eens op de modernistisch versierde gevels van apothekers, bakkers, een voormalige parapluwinkel of een kantoorboekhandel.

Het laatste stuk van de Ramblas voor de haven is de Rambla de Santa Mònica, genoemd naar het 17e eeuws klooster Santa Mònica, wat nu het Museum voor Hedendaagse Kunst herbergt. Aan het eind van deze avenue ziet u weer de Columbuszuil op de Plaça Portal de la Pau en de Torre de Jaume I, een metalen toren met een station halverwege de kabelbaan, die over de haven gaat.
De Ramblas de Barcelona is één van de 2 verkeersaders die langs het vroeger omwalde oude centrum van Barcelona, de 'Casc Antic', lopen. Het was vroeger de grens tussen de voorname Barri Gòtic, de gotische wijk rond de kathedraal, de Santa Eulália, of de Seu en de eenvoudige 'Barri Xino', waar de havenarbeiders woonden en de rosse buurt zich bevond.
Sinds de omgeving steeds meer uitgaanscentrum is geworden, is de grens wat vervaagd.

Rondom de kathedraal vindt u het bisschoppelijk paleis, laat-Romaans uit de 13e eeuw; het rond 1500 herbouwde huis van de aartsdeken, dat nu het kantoor van het plaatselijk genootschap voor geschiedenis herbergt; verblijven voor de kanunniken door een loopbrug verbonden met het Palau de la Generalitat, het Provinciehuis, dat in de 14e - 15e eeuw werd gebouwd. Dit gebouw heeft een mooie, gotische patio en een orangerie, waarboven een 16e eeuwse klokkentoren met carillon uitsteekt. Het is gelegen aan de Plaça de Sant Jaume, dat waarschijnlijk ligt op de Agora, de markt van het vroegere Barcino.
Aan dit plein ligt ook het gemeentehuis, dat een fraai interieur achter een vrij plompe classicistische gevel bezit. Als u zich realiseert dat het hiervoor beschrevene maar een fractie is van wat er in Barcelona te zien en te beleven valt, kunt u het er wel mee eens zijn dat de slogan, die Barcelona bij de voorbereiding van de Olympische Spelen voor 1992 voerde: 'Barcelona mès que mai', 'Barcelona meer dan ooit', goed gekozen was.